U bent hier: FEB Onderwijs Masterproeven Onderwijs - De masterproef TEW, major personeel en organisatie

Onderwijs - De masterproef TEW, major personeel en organisatie

De masterproef wordt elk jaar georganiseerd rond een beperkt aantal, ruim gedefinieerde thema’s die sterk aansluiten bij de onderzoekstraditie van de onderzoeksgroep en tevens een duidelijke praktijkrelevantie hebben. Het aantal parallelle thema’s is afhankelijk van het aantal studenten dat de major Personeel & Organisatie volgt. Voorbeeldthema’s zijn: het belang van HRM voor de vormgeving van het psychologisch contract, determinanten van inzetbaarheid in de eindfase van de loopbaan, de determinanten van HR klanttevredenheid, de relatie tussen bedrijfsdemografie en bedrijfsprestaties, etc. Er wordt gewerkt in drie stappen: een kort seminarie, een groepspaper, een individuele paper.

  1. Masterproefcoördinator
  2. Doelstellingen van de masterproef
  3. Selectie en uitwerking van het onderwerp
  4. Opbouw van de masterproef
  5. Evaluatie van de masterproef
  6. Andere specifieke informatie

 

 

1. Masterproefcoördinator:

Sophie van Eupen

 

2. Doelstellingen van de masterproef

Door het schrijven van de masterproef krijgt de student de kans om in belangrijke mate aan zelfstudie te doen, en dit in een voortdurende kritische reflectie met collega-studenten (in zogenaamde thesis circles) en met de masterproefbegeleiders. De masterproef omvat de uitwerking van een specifieke wetenschappelijke probleemstelling in de domeinen van organisatietheorie, organisatiegedrag of human resource management. De masterproef omvat daarbij steeds zowel een theoretische component (literatuuranalyse, theoriekeuze, hypotheseontwikkeling) als een empirische toetsing.

De masterproef omvat een collectieve component, bestaande uit een aantal seminaries waarin op kritische wijze over de bestaande literatuur wordt nagedacht. Dit dient als basis voor de specificatie van de individuele onderzoeksvraag en de ontwikkeling van hypothesen. Ook een deel van het empirisch onderzoek kan collectief georganiseerd worden. Het centrale eindproduct is een individueel wetenschappelijk artikel. In dit artikel geeft de student aan dat hij/zij in staat is een onderzoeksvraag te formuleren en een onderzoeksopzet uit te werken, op zelfstandige basis informatie op haar relevantie te beoordelen en op een correcte wijze de aangewezen onderzoeksmethoden toe te passen.

 

 

3. Selectie en uitwerking van het onderwerp

De thema’s worden voorgesteld door de medewerkers van de Onderzoeksgroep Personeel Organisatie. Aan elk thema worden doorgaans 4 tot 8 studenten toegewezen, die vervolgens elk een specifieke onderzoeksvraag uitwerken binnen de ruime thematiek.

 

 

4. Opbouw van de masterproef

De masterproef kent volgende componenten:

Literatuurstudie, onderzoeksontwerp en dataverzameling

In een eerste fase wordt in  ‘thesis circles’ gewerkt, waar rond de volgende opdrachten wordt gewerkt:

  • Kritische evaluatie wetenschappelijke literatuur. Het doel is om een selectie van wetenschappelijke artikels te maken, die in de thesis circle kritisch besproken worden. Deze besprekingen zullen als basis dienen voor een specifieke ‘research proposal’ per student. Deze research proposal geeft een omschrijving van de onderzoeksvraag, relevantie en planning van het onderzoek.
  • Voorbereiding dataverzameling. Binnen de thesis circle worden ook, in actieve samenwerking, de specifieke onderzoeksmethode en benodigde onderzoeksinstrumenten (bv. vragenlijst, experiment, checklist voor diepte-interviews) ontwikkeld. Ook dit gebeurt onder begeleiding van een of twee wetenschappelijk medewerker. Dit moet resulteren in een aangepast instrument dat toelaat de verschillende individuele onderzoeksvragen te beantwoorden. Elke thesis circle zorgt ook voor dataverzameling bij een voldoende grote steekproef van respondenten.

Analyse en uitschrijven wetenschappelijk artikel

  • Data-analyse. De studenten hebben de opdracht om, gericht op hun individueel onderzoeksthema, de data uit de opgebouwde databank te analyseren. Deze data-analyse wordt opgevolgd door een van de werkleiders. .
  • Ontwerp van wetenschappelijk artikel Op deze basis werkt elke student individueel een paper uit waarbij de structuur van een wetenschappelijke tijdschriftpublicatie wordt aangehouden, met een duidelijke formulering van de onderzoeksvraag, een beperkt aantal goed gemotiveerde hypothesen, een ‘methods en measures’ gedeelte, beschrijving van de resultaten, een discussie met duidelijke vermelding van de beperkingen van het onderzoek en de relevantie voor de bedrijfspraktijk. Het resultaat is een paper van ongeveer 10.000 à 12.000 woorden. Ook hierbij zal elke student begeleid worden door de verantwoordelijke(n) van de thesis circle en een ZAP-lid van de groep.

Seminaries

Verder worden verspreid over het academiejaar op facultair niveau ook nog een aantal collectieve seminaries gegeven, waarin wordt ingegaan op (a) een basis rond wetenschappelijke literatuur (opzoekwerk, structuur van een paper, etcetera) (b) een basis in ‘survey design’ en/of kwalitatief onderzoek met aandacht voor steekproeftrekking, responsstrategie, vraagverwoording, schaalontwikkeling, concepten in verband met betrouwbaarheid en validiteit, etc.; (c) een ‘refresher course’ rond de meest relevante statistische analysetechnieken en/of technieken voor analyse van kwalitatieve data.

 

 

5. Evaluatie van de masterproef

a. Individuele paper

De individuele paper staat op 80% van het totaal en zal beoordeeld worden door 2 ZAP-leden van de onderzoeksgroep Personeel Organisatie en één van de begeleiders van de thesis circle. Elk van deze personen zal 1/3 van de punten toekennen.  Naast het individuele eindresultaat wordt ook  het functioneren in het kader van de thesis circle mee in rekening gebracht, meer bepaald op de inbreng in het proces (bijdrage in literatuuronderzoek, kennisdeling met collega’s, kwaliteit van inbreng in groepsdiscussies, …). waarbij de begeleider speciale aandacht zal geven aan het proces (de manier waarop de individuele paper tot stand is gekomen).

b.  Verdediging van de individuele paper

De verdediging staat op 20% van het totaal en zal beoordeeld worden door 2 ZAP-leden van de onderzoeksgroep Personeel en Organisatie en één van de begeleiders van de thesis circle. Elk van hen kent 1/3 van de punten toe.

De verdediging is als volgt opgebouwd: gedurende 1 uur wordt een postersessie gehouden, waarbij de beoordelaars bij elke student langsgaan. Aan de hand van een visuele voorstelling van de belangrijkste punten uit de paper presenteert de student kort zijn werk. Tijdens en na de presentatie stellen twee ZAP-leden en één van de begeleiders vragen over de individuele paper. In de beoordeling zal vooral gelet worden op het accuraat kunnen beantwoorden van deze vragen.

 

 

 

 

6. Andere specifieke informatie

D0O20a| Masterproef Personeel & Organisatie (TEW) onder Course Documents.

Informatie met betrekking tot de vormvereisten van de papers, de verdeling van de onderwerpen, tussentijdse indieningsdata, masterproef awards en dergelijke kan worden teruggevonden op Toledo