U bent hier: FEB Onderwijs Masterproeven Onderwijs - De masterproef TEW, major accountancy en financiering

Onderwijs - De masterproef TEW, major accountancy en financiering

De masterproef van 15 studiepunten voor de studenten TEW in de Major Accountancy en Financiering omvat het schrijven van een eindverhandeling. De kwaliteit van het eindwerk is hierbij belangrijker dan de omvang. Afhankelijk van het onderwerp kan de lengte van de verhandeling variëren tussen de 10.000 en de 12.000 woorden.

  1. Masterproefcoördinator
  2. Doelstellingen van de masterproef
  3. Selectie en uitwerking van het onderwerp
  4. Opbouw van de masterproef
  5. Evaluatie van de masterproef
  6. Andere specifieke informatie

 

 

1. Masterproefcoördinator:

Steven Vanhaverbeke

 

2. Doelstellingen van de masterproef

Door het schrijven van een verhandeling krijgt de student de kans om in belangrijke mate aan zelfstudie te doen. De eindverhandeling omvat de uitwerking van een probleemstelling in het gebied accounting of financiering of een onderwerp waarin beide invalshoeken relevant zijn en kan worden opgevat als een theoretische studie of een eerder empirische studie (ingebed in een theoretisch kader).

Het is de bedoeling dat de student aantoont dat hij in staat is een onderzoeksvraag te formuleren en een onderzoeksopzet uit te werken. De student verwerft op zelfstandige basis informatie en beoordeelt deze op haar relevantie voor het beantwoorden van de onderzoeksvraag. De student werkt een persoonlijk, objectief, en methodisch onderzoek uit en toont aan dat hij in een wetenschappelijk correcte taal de probleemstelling en de resultaten kan uiteenzetten en in het juiste perspectief plaatsen. Er wordt geen louter beschrijvende studie verwacht, maar een zelfstandig uitgewerkte analyse, onderbouwd met persoonlijke inzichten en zin voor kritische analyse. Het onderzoek maakt gebruik van de relevante theorieën en methoden die in de literatuur beschikbaar zijn. Deze worden verder uitgebreid en aangepast op basis van persoonlijke en kritische aanvullingen en in functie van het gekozen onderwerp.

In een openbare uiteenzetting in aanwezigheid van de promotor en/of werkleider, en een onafhankelijke lezer (een ZAP-lid van de onderzoekseenheid AFI of van andere onderzoekseenheden), licht de student zijn bevindingen mondeling toe. Bij deze verdediging wordt ruimte voorzien voor een grondige discussie.

 

 

3. Selectie en uitwerking van het onderwerp

De keuze van het onderwerp gebeurt bij de start van het Masterjaar. De studenten kiezen een onderwerp uit een aangeboden lijst van combinaties titels-promotoren, of kunnen zelf een combinatie titel-promotor voorstellen. De student dient een goedgekeurd onderwerp te hebben tegen eind oktober van het masterjaar. De student werkt de eindverhandeling af onder de supervisie van de promotor en de begeleider. De promotor is steeds een ZAP-lid. De begeleider is een wetenschappelijke medewerker die wordt belast met de dagelijkse begeleiding van de eindverhandeling. De student dient afgewerkte tekstgedeeltes tegen vooraf gestelde deadlines in bij de werkleider. Uiterlijk één maand voor de datum waarop de verhandeling moet ingeleverd worden, legt de student zijn volledige versie voor aan de promotor en de werkleider. Indien deze oordelen dat de tekst voldoet, wordt de toelating gegeven de verhandeling in te dienen voor de examenperiode.

 

 

4. Opbouw van de masterproef

De masterproef bestaat uit drie componenten:

  • bijwonen van seminaries: in het begin van het academiejaar zullen seminaries georganiseerd worden die de student moet toelaten om de masterproef zelfstandig te voltooien. Deze seminaries zullen handelen over wetenschappelijk schrijven en over de verschillende onderzoeksmethodes die gehanteerd worden binnen accounting en/of finance.
  • schrijven van een wetenschappelijke paper: de student schrijft een paper, opgebouwd naar het model van een wetenschappelijke publicatie, van 10 000 à 12 000 woorden. De deadlines die moeten gerespecteerd worden, zullen in het begin van het academiejaar duidelijk gecommuniceerd worden. Studenten die hun masterproef per twee afleggen, schrijven de paper gezamenlijk. Daarnaast dienen zij ook een individuele reflectiepaper te schrijven van 3 000 à 5 000 woorden.
  • presenteren van de bevindingen: de wetenschappelijke paper wordt mondeling verdedigd voor een commissie die minstens bestaat uit de promotor, werkleider en een onafhankelijke derde lezer. In een presentatie van een 10-tal minuten bespreekt de student de theoretische onderbouwing en de voornaamste bevindingen. Na de presentatie kan de commissie gedurende 20 minuten vragen stellen. Studenten die hun masterproef per twee afleggen, geven beiden een presentatie van 10 minuten en moeten individueel vragen beantwoorden.

 

 

5. Evaluatie van de masterproef

De evaluatie van de masterproef bestaat uit twee componenten

  • wetenschappelijke paper (65%): elk lid van de commissie geeft, voor de presentatie, een score voor de wetenschappelijke paper. Voor studenten die hun masterproef per twee afleggen wordt zowel de gemeenschappelijke paper als de individuele reflectiepaper in beschouwing genomen. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de theoretische situering van de probleemstelling, de eigen bijdrage, de schriftelijke presentatie en de globaal geleverde inspanning.
  • mondelinge presentatie (35%): elk lid van de commissie geeft een score voor de presentatie.

De finale score voor de masterproef wordt berekend door het gewogen gemiddelde te berekenen van de scores voor de paper en presentatie. Elk lid van de commissie geeft een score die meetelt voor 1/3 van de punten voor de respectievelijke onderdelen.

Het punt dat op basis van bovenstaande evaluatie wordt toegekend kan na overleg tussen de commissieleden aangepast worden (max +1, -1) rekening houdend met de eigen inbreng van de student.

 

 

6. Andere specifieke informatie

Informatie in verband met de vormvereisten en tussentijdse deadlines zullen gecommuniceerd worden via Toledo (D0O17A Masterproef accountancy en financiering (TEW)).

Masterproef award: Er zullen twee prijzen toegekend worden voor de beste masterproef: één in het vakgebied financiering en één in het vakgebied accounting. De promotor draagt daartoe de kandidaat voor aan de coördinator van de onderzoekseenheid. Een jury bestaande uit ZAP-leden van AFI zal de keuze maken.