U bent hier: FEB Onderwijs Masterproeven Onderwijs - De masterproef HIR, major Kwantitatieve methoden

Onderwijs - De masterproef HIR, major Kwantitatieve methoden

 

  1. Masterproefcoördinator
  2. Doelstellingen van de masterproef
  3. Selectie en uitwerking van het onderwerp
  4. Opbouw van de masterproef
  5. Evaluatie van de masterproef
  6. Andere specifieke informatie

 

 

1. Masterproefcoördinator:

Roel Leus

 

 

2. Doelstellingen van de masterproef

In de masterproef geeft de student blijk van zijn analytisch en synthetisch vermogen om zelfstandig en op academisch niveau een oplossing te ontwikkelen voor een probleem uit het bedrijfsleven. Tijdens het proces van de masterproef bereikt de student een aantal vooropgestelde doelen:

  • De student formuleert de onderzoeksvraag volgens wetenschappelijke standaarden
  • De student werkt een onderzoeksopzet uit en vertaalt de vraagstelling naar een methodologische aanpak van logisch opeenvolgende en concrete onderzoeksstappen
  • De student verzamelt, selecteert en synthetiseert informatie en interpreteert de informatie in functie van wat relevant is voor de vraagstelling
  • De student geeft blijk van kritische reflectie over de verzamelde informatie, het uitgevoerde onderzoek en de onderzoeksresultaten en steunt hierbij op een theoretisch onderbouwde argumentatie en een persoonlijke kritische analyse.
  • De student kan op academisch niveau schriftelijk en mondeling rapporteren over opzet en resultaten van zijn onderzoek.

 

 

3. Selectie en uitwerking van het onderwerp

De masterproef Kwantitatieve methoden staat als leeractiviteit enkel gepland in het tweede masterjaar, en er worden qua timing van de onderwerpkeuze geen strikte eisen opgelegd aan de studenten. De mogelijkheid wordt voorzien voor studenten om reeds in het eerste masterjaar een onderwerp te selecteren: contacteren van potentiële promotoren en reserveren van een onderwerp kan ten vroegste gebeuren aan de start van het tweede semester van het 1e masterjaar. De keuze van een onderwerp gebeurt bij voorkeur (ook in het belang van de student) voor eind oktober van het laatste masterjaar.

Hoewel het dus geen verplichting is om voor de start van het laatste masterjaar reeds een onderwerp vastgelegd te hebben, zal het toch vaak in het voordeel van de student te zijn om hiervan reeds vroeger werk te maken, (1) omdat de meest interessante onderwerpen uiteraard vaak eerst worden gereserveerd (anderzijds komen doorheen de tijd ook wel vaak nieuwe onderwerpen beschikbaar); (2) omdat ook tijdens de zomermaanden vaak al wat voorbereidend werk kan worden verricht, indien niet als echte onderzoeksactiviteit, dan wel door bvb. enkele weken te werken als job-student in het bedrijf waar ook de thesis een case beoogt.

De student kan een onderwerp kiezen uit de lijst met titels die door de professoren van de onderzoeksgroep worden voorgesteld, of kan zelf een onderwerp voorstellen dat aansluit bij het studiedomein. Links naar lijsten met onderwerpen zijn terug vinden op deze pagina. Eender welk ZAP-lid of postdoc (niet noodzakelijk van de onderzoeksgroep ORSTAT) kan promotor zijn van een masterproef Kwantitatieve methoden, op voorwaarde dat de inhoud van de thesis bij het onderzoeksdomein aansluit, maar indien dit geen ORSTAT ZAP-lid is dan moet één van de ORSTAT ZAP-leden ermee instemmen om als copromotor te functioneren. Een constructie ORSTAT promotor / andere copromotor is ook mogelijk. Voor meer informatie en mogelijke reservering van een onderwerp wordt best de potentiële promotor direct gecontacteerd.

De masterproef kan individueel of in groepjes van twee studenten gemaakt worden.

 

 

4. Opbouw van de masterproef

De masterproef kent een individuele en een collectieve component.

Collectieve component
  • De student presenteert de resultaten van zijn werk tijdens 2 seminaries. Het tweede seminarie wordt gegeven voor de voltallige onderzoeksgroep, het eerste is een 'proefseminarie' en wordt informeel met de promotor afgewerkt.
  • De student kan, op aanraden van de promotor en in zoverre dat nuttig is voor het onderzoek dat wordt neergelegd in de masterproef, gevraagd worden om enkele onderzoeksseminaries van de onderzoeksgroep bij te wonen.
Individuele component
  • De student heeft op geregelde tijdstippen contact met een werkleider en de promotor, die over de goede vooruitgang van de masterproef waken. De werkleider is een wetenschappelijk medewerker of assistent van de betrokken onderzoeksgroep.
  • De resultaten en bevindingen van de masterproef worden opgeschreven in een rapport. Dit document kan de vorm aannemen van een wetenschappelijk artikel. Indien de masterproef in een groepje van twee gemaakt wordt, moet er minstens een hoofdstuk zijn dat individueel gemaakt werd.

 

 

5. Evaluatie van de masterproef

De verschillende componenten van de masterproef worden minimaal beoordeeld door de promotor, de werkleider en een derde lezer. De derde lezer is de co-promotor indien er een co-promotor is, zoniet kan de derde lezer een ander ZAP-lid zijn, of ook (afhankelijk van de inhoud van het project) een contact uit de bedrijfswereld.  De promotor consolideert alle beoordelingen in één eindcijfer op een totaal van 20; deze score hoeft niet geheeltallig te zijn (max. één cijfer na komma).

De beoordeling kent volgende componenten:

  • Kwaliteit van het thesisdocument. Hierbij wordt vooral rekening gehouden met de inhoudelijke kwaliteit van het werk en de eigen inbreng van de student.
  • Mondelinge presentaties.
  • Houding van de student. Hiermee wordt bedoeld het bijwonen van de seminaries, het onderhouden van de contacten met werkleider en promotor, …

Ook al worden bepaalde onderdelen collectief georganiseerd, de eindbeoordeling is 100% individueel. De mondelinge presentaties staan op 20% van de punten, de schriftelijke rapportering op 80%.

 

 

6. Andere specifieke informatie

Informatie met betrekking tot de vormvereisten van de papers, de verdeling van de onderwerpen en de timing en details omtrent de mondelinge presentaties kan worden teruggevonden op deze pagina.