Onderwijs - De masterproef Beleidseconomie
- Masterproefcoördinator
- Doelstellingen van de masterproef
- Selectie en uitwerking van het onderwerp
- Opbouw van de masterproef
- Evaluatie van de masterproef
- Andere specifieke informatie
1. Masterproefcoördinator:
2. Doelstellingen van de masterproef
Het is de bedoeling dat de studenten aantonen in staat te zijn een onderzoeksvraag omtrent een onderwerp uit de economie te formuleren en een onderzoeksopzet uit te werken. Zij verwerven op zelfstandige basis informatie en beoordelen deze op haar relevantie voor het beantwoorden van de onderzoeksvraag. Elke groep (van twee studenten) werkt een objectief en methodisch onderzoek uit. De korte verhandeling wordt ter beschikking gesteld van de medestudenten en van een onafhankelijke lezer (een ZAP-lid van de onderzoekseenheid CES, aangeduid door de onderzoekseenheid CES). De studenten worden via TOLEDO op de hoogte gehouden van het te volgen tijdschema.
Door het schrijven van een verhandeling krijgt de student de kans om in belangrijke mate aan zelfstudie te doen. De eindverhandeling omvat de uitwerking van een economische probleemstelling en kan worden opgevat als een theoretische studie of een eerder empirische studie (ingebed in een theoretisch kader).
3. Selectie en uitwerking van het onderwerp
De studenten kunnen hierbij kiezen uit een lijst van combinaties van onderwerpen-promotoren die bij het begin van het academiejaar ter beschikking wordt gesteld. De studenten worden ook toegelaten om zelf een combinatie onderwerp-promotor voor te stellen. Zowel de aangeboden lijst als de lijst van voorstellen door studenten moet worden goedgekeurd door de onderzoekseenheid CES. De studenten dienen een goedgekeurd onderwerp te hebben tegen eind oktober van het masterjaar. Bij de start van het academiejaar wordt de procedure aan de studenten uiteengezet.
4. Opbouw van de masterproef
Individuele paper en mondelinge presentatie
5. Evaluatie van de masterproef
De beoordeling (op een totaal van 20 punten) is de som van twee componenten. Vooreerst is er de verhandeling die op 10 punten wordt beoordeeld. De promotor, de begeleider, en de onafhankelijke lezer bepalen collegiaal de quotering. Hierbij wordt rekening gehouden met de theoretische situering van de probleemstelling, de bijdrage van de studenten, de schriftelijke presentatie, en de globaal geleverde inspanning. De score (op 10) die tot stand komt, geldt voor beide studenten.
Verder is er de mondelinge uiteenzetting en discussie van de verhandeling. De beoordeling is hier individueel en kent een gewicht van 10 punten. De score wordt op collegiale wijze bepaald door de commissie van de promotor, de begeleider, de onafhankelijke lezer, en het ZAP-lid dat verantwoordelijk is voor het seminarie.
6. Andere specifieke informatie
Specifieke informatie (m.b.t. vormvereisten, tijdsschema, e.d.) zal door de student terug te vinden zijn op Toledo: D0C26a Masterproef Individueel werk

