U bent hier: FEB Onderwijs Masterproeven Onderwijs - De masterproef Master in de accountancy en het revisoraat

Onderwijs - De masterproef Master in de accountancy en het revisoraat

 

  1. Masterproefcoördinator
  2. Doelstellingen van de masterproef
  3. Selectie en uitwerking van het onderwerp
  4. Opbouw van de masterproef
  5. Evaluatie van de masterproef
  6. Andere specifieke informatie

 

 

1. Masterproefcoördinator:

Steven Vanhaverbeke

 

2. Doelstellingen van de masterproef

Door het schrijven van een verhandeling in kleine groep krijgen de studenten de kans om in belangrijke mate aan zelfstudie te doen. Het eindrapport omvat de uitwerking van een probleemstelling in het gebied van de accountancy en de professionele beroepsuitoefening, en aanverwante problemen (bv. fiscale aspecten). Bij de keuze van de onderwerpen zal de klemtoon gelegd worden op de problemen i.v.m. de bijzondere mandaten van de accountant en revisor, de band tussen de ondernemingsfiscaliteit en boekhouden, op vraagstukken van international accounting, international auditing, moderne kostencalculatie, etc. Multidisciplinariteit en groepswerk worden beklemtoond als belangrijke aspecten van de masterproef. Een methodologisch onderbouwde theoretische studie kan eveneens het voorwerp van de masterproef uitmaken.

Het is de bedoeling dat de studenten aantonen dat zij in staat zijn een onderzoeksvraag te formuleren en een onderzoeksopzet uit te werken. De studenten verwerven op zelfstandige basis informatie en beoordelen deze op haar relevantie voor het beantwoorden van de vraagstelling. De studenten werken een persoonlijk, objectief, en methodisch onderzoek uit en tonen aan dat zij in een wetenschappelijk correcte taal de probleemstelling en de resultaten kunnen uiteenzetten en in het juiste perspectief plaatsen. Er wordt geen louter beschrijvende studie verwacht, maar een zelfstandig uitgewerkte analyse, onderbouwd met persoonlijke inzichten en zin voor kritische analyse. Het onderzoek maakt gebruik van de relevante theorieën en methoden die in de vakliteratuur beschikbaar zijn. Deze worden verder uitgebreid en aangepast op basis van persoonlijke en kritische aanvullingen en in functie van het gekozen onderwerp. De studenten schrijven een gezamenlijk rapport dat voldoet aan de noodzakelijk voorwaarden van een publiceerbare paper. In een openbare mondelinge uiteenzetting, in aanwezigheid van de promotor, de begeleider, en een onafhankelijke lezer (een ZAP-lid van de onderzoekseenheid AFI of van andere onderzoekseenheden, of een gekwalifieerde buitenstaander), lichten de student hun bevindingen mondeling toe. Bij deze verdediging wordt ruimte voorzien voor een grondige discussie. Tijdens de mondelinge verdediging komen de diverse bijdragen van de leden van de groep duidelijk tot uiting.

 

 

3. Selectie en uitwerking van het onderwerp

De keuze van het onderwerp begint bij het begin van het masterjaar en dient uiterlijk eind oktober te zijn goedgekeurd. De studenten kiezen een onderwerp uit een aangeboden lijst van combinaties titels-promotoren, of kunnen zelf een combinatie titel-promotor voorstellen. De medestudenten van de kleine werkgroepen worden door de studenten zelf gekozen, en door de coördinator van de masteropleiding goedgekeurd. Wie er niet in slaagt een werkgroep te vormen zal er een worden toegewezen.

De studenten werken hun schriftelijke verhandeling af onder de supervisie van de promotor en de begeleider. De promotor is steeds een AFI ZAP-lid. De begeleider is een wetenschappelijke medewerker die wordt belast met de dagelijkse begeleiding van de verhandeling. De studenten nemen regelmatig contact op met hun promotor en werkleider. Hierbij wordt verslag uitgebracht over het al gepresteerde werk en wordt de verdere uitwerking besproken. Afgewerkte teksten worden eerst bij de werkleider, later bij de promotor ingeleverd voor verbetering en commentaar. Uiterlijk één maand voor de datum waarop de schriftelijke verhandeling moet ingeleverd worden, leggen de studenten hun volledige versie voor aan de promotor en de werkleider.

 

 

4. Opbouw van de masterproef

De masterproef van 15 studiepunten voor de studenten van de initiële master in de Accountancy en het Revisoraat bestaat uit 2 componenten. Naast een seminarie waarin een aantal topics uit het praktijkcollege accountancy en financiering aan bod komen, en dat collectief aan alle studenten wordt opgelegd (6 studiepunten), wordt een onderzoeksgericht, bij voorkeur multidisciplinair, seminarie in de accountancy ingericht (9 studiepunten). Dit seminarie omvat het schrijven (onder begeleiding) van een verhandeling, in een kleine groep (max. een 3-tal studenten per groep). Daarnaast wordt er van de studenten gevraagd om hun eindwerk individueel mondeling te presenteren. De kwaliteit van het eindwerk is hierbij belangrijker dan de omvang. Afhankelijk van het onderwerp kan de lengte van de verhandeling variëren tussen de 8.000 en 10.000 woorden. De bedoeling is dat de tekst een publiceerbare onderzoekspaper zo veel mogelijk benadert.

 

 

5. Evaluatie van de masterproef

De beoordeling van de masterproef behelst 3 aspecten: ten eerste wordt een schriftelijk examen georganiseerd over het praktijkcollege accountancy en financiering, waarop 30 % van het puntentotaal staat. Ten tweede wordt het gezamelijke, onder de verantwoordelijkheid va alle leden van de kleine werkgroep opgestelde, schriftelijke verslag beoordeeld. Hier worden eveneens 30 % van de punten toegekend. Tenslotte staat 40% van de punten op de mondelinge presentatie en verdediging. De masterproef moet worden ingediend in vijf exemplaren ten laatste drie weken voor het begin van de tweede examenperiode, respectievelijk drie weken voor het begin van de derde examenperiode. De verhandeling wordt mondeling verdedigd. Dit gebeurt via een mondelinge presentatie van een 20-tal minuten, waarin de studenten de voornaamste bevindingen uiteenzetten en verdedigen voor een commissie minstens bestaande uit de promotor, de begeleider en de onafhankelijke lezer. De commissie bepaalt collegiaal de quotering.

Voor de schriftelijke en mondelinge rapportering wordt rekening gehouden met de theoretische situering van de probleemstelling, de eigen bijdrage, de schriftelijke presentatie, de globaal geleverde inspanning, de mate van publiceerbaarheid van het eindwerk en de mondelinge verdediging.

 

 

6. Andere specifieke informatie

Informatie in verband met de vormvereisten en tussentijdse deadlines zullen gecommuniceerd worden via Toledo (D9X09A Masterproef Master in de accountancy en het revisoraat).

Masterproef award: Er zal een prijs toegekend worden aan de beste masterproef Master in de Accountancy en het Revisoraat. De promotor draagt daartoe de kandidaat voor aan de coördinator van de onderzoekseenheid. Een jury bestaande uit ZAP-leden van AFI zal de keuze maken.