U bent hier: FEB Onderwijs Masterproeven Masterproef Master in het management

Masterproef Master in het management

 

Reglement masterproef Academiejaar 2011-2012

Masterproefcoördinator: Auke Jongbloed

 

 

 

§1. Algemene vereisten van de masterproef

Door het afwerken van een masterproef krijgt de student de kans een belangrijk stuk "zelfstudie" te realiseren. Volgende richtlijnen worden gehanteerd bij het ontwerp van de masterproef.

 

a. Academisch niveau

De masterproef moet de student aanspreken op zijn analytisch en synthetisch vermogen. Het academisch niveau moet ook uit de eindproducten en eindtermen naar voor komen.

 

b. Aansluiting bij vakgebied

De masterproef moet aansluiten bij het vakgebied van de opleiding die gevolgd wordt door de student.

 

c. Componenten

De masterproef van de master in het management bestaat uit drie componenten:

1. Onderzoekspaper

Een schriftelijke rapportering in de vorm van een onderzoekspaper maakt steeds deel uit van de masterproef van de master in het management. Van de student wordt verwacht dat hij/zij op basis van een deels verplichte, deels vrij aan te vullen literatuurlijst, een kritische literatuurstudie maakt die de ‘state-of-the-art’ van het onderzoek op het betreffende domein weerspiegelt. De student wordt hierbij collectief begeleid in een thesis circle van maximaal vijf studenten, die allen hetzelfde onderwerp delen. De begeleiding gebeurt door een promotor, die de modaliteiten van de finale tekst bepaalt. Afhankelijk van het onderwerp en de promotor, bestaat deze tekst enkel uit een individuele component, of uit de combinatie van een gemeenschappelijke component en een individuele component. In het geval van een gemeenschappelijke component wordt deze samen uitgewerkt door alle leden van de thesis circle; de gemeenschappelijke component (richtcijfer: 10.000 woorden) specificeert de centrale onderzoeksvraag, de wijze waarop relevante literatuur geselecteerd is, een gestructureerde weergave van de bevindingen uit wetenschappelijk onderzoek, en een discussie omtrent de praktijkrelevantie van deze bevindingen. Elke lid van de thesis circle voegt daarnaast een individuele reflectiecomponent toe (richtcijfer: telkens 3.500 woorden), waarin de student zijn/haar persoonlijke visie op het resultaat toelicht (zowel sterktes als zwaktes), zijn/haar persoonlijke bijdrage beschrijft in het totstandkomen van dit resultaat en eventuele alternatieve paden of oplossingen suggereert. Indien de onderzoekspaper geen gemeenschappelijke component bevat, worden al de bovenstaande aspecten door elke student individueel uitgewerkt (richtcijfer: 10.000 woorden voor de gehele paper). Er wordt verwacht dat de onderzoekspaper uitgewerkt wordt volgens het format van een artikel in een wetenschappelijk tijdschrift. 

 

2.Business game

De business game is een moderne business simulatie met zowel kwantitatieve als kwalitatieve elementen. Groepjes studenten vertegenwoordigen concurrerende bedrijven die een nieuw produkt op de markt brengen. Voor de komende jaren nemen ze beslissingen op gebied van strategie, financieel management, marketing, produktie en voorraadbeheer, ondernemerschap en personeelsmanagement. In deze business game leidt goed en creatief management tot een voorsprong op de concurrentie. Voor meer informatie over de business game, zie de volgende presentatie en §7.

 

3. Kwantitatieve  beleidsmethoden II (bestaande uit ‘bedrijfstoepasingen’ en ‘econometrische modellen’)

Binnen de masterproef is de lessenreeks ‘Kwantitatieven Beleidsmethoden II’ opgenomen, die de studenten de nodige kwantitatieve basistechnieken bijbrengt om de overige onderdelen van de masterproef succesvol te kunnen volbrengen. ‘Kwantitatieve Beleidsmethoden II’ omvat twee onderwijsleeractiviteiten:  ‘Bedrijfstoepassingen’ en ‘Econometrische modellen’ en wordt afgesloten met een apart examen in het eerste semester.

 

d. Studiepunten

De masterproef heeft een omvang van ten minste één vijfde van het totaal aantal studiepunten van het opleidingsprogramma, met een minimum van 15 studiepunten. Bij de master in het management wordt geopteerd voor een omvang van 16 studiepunten, waarbij de onderzoekspaper 8 studiepunten krijgt toegewezen, en de business game en Kwantitatieve beleidsmethoden II (bestaande uit de onderwijsleeractiviteiten ‘Bedrijfstoepassingen’ en ‘Econometrische modellen’) elk 4 studiepunten.

 

e. Scoreverdeling

De onderzoekspaper, de business game en het examenresultaat op Kwantitatieve beleidsmethoden II krijgen een gewicht van respectievelijk 50 %, 25 % en 25% in de masterproef van de master in het management. Een student kan echter niet slagen voor de masterproef indien hij/zij een onvoldoende heeft behaald op de onderzoekspaper en/of op Kwantitatieve beleidsmethoden II (zie ook §10 eindbeoordeling voor de verschillende mogelijke scenario’s).

 

f. Beoordelaars

De onderzoekspaper als onderdeel van de masterproef wordt beoordeeld door de promotor. Er is geen sprake van een mondelinge presentatie noch van een verdediging. Er wordt één score toegekend voor de onderzoekspaper als geheel. Indien de paper uit een gemeenschappelijke en een individuele component bestaat, geeft de promotor feedback over hoe elk van beide componenten de totaalscore heeft beïnvloed.

De business game wordt beoordeeld door de begeleiders van de game. Zij bepalen een groepsscore. Aanwezigheid bij de business game is verplicht. De groepsscore wordt individueel gecorrigeerd voor afwezigheid tijdens de sessies van de business game (zie § 7).

 De twee onderwijsleeractiviteiten ‘Bedrijfstoepassingen’ en ‘Econometrische modellen’ die samen Kwantitatieve beleidsmethoden II vormen, worden beoordeeld in één examen.

 

§2. Doelstellingen van de masterproef

De masterproef bestaat uit drie onderdelen: de business game, de onderzoekspaper en Kwantitatieve beleidsmethoden II.

De business game is een integratieseminarie dat de verschillende gebieden van functioneel management bijeenbrengt. Studenten leren om in groep te werken en hun kennis van de verschillende managementdomeinen toe te passen op reële business-situaties.

De onderzoekspaper is een literatuurstudie die de studenten vertrouwd maakt met recent onderzoek in een bepaald managementdomein. Ze leren kritisch na te denken over het onderzoek en de praktijkrelevantie ervan. Onder begeleiding van een promotor leren de studenten om hun resultaten op een gestructureerde manier uit te werken in een paper volgens het format van een artikel in een wetenschappelijk tijdschrift. Dankzij het collectieve element op basis van een thesis circle leren de studenten daarnaast essentiële managementcompetenties te ontwikkelen zoals samenwerking en afspreken van klare deadlines en engagementen. 

Kwantitatieve beleidsmethoden II biedt de nodige methodologische vorming, die studenten in staat stelt om het gebruik van statistische en econometrische methoden en lineaire programmering in de economische en management literatuur te begrijpen en toe te passen. Meer gedetailleerde informatie over doelstellingen, inhoud en evaluatie van ‘Kwantitatieve beleidsmethoden II’ is te vinden in de  syllabus van de masterproef master in het management onder ‘Econometrische modellen’ en ‘Bedrijfstoepassingen’.

 

§3. Promotor onderzoekspaper

Elke lesgever van de faculteit kan als promotor van de onderzoekspaper optreden. Ook doctor-assistenten en andere doctores met een tijdelijk statuut kunnen promotor zijn. Een doctoraatsstudent kan geen promotor zijn. In principe vertegenwoordigt de promotor één van de functionele domeinen die aan bod komen in de master in het management. Deze functionele domeinen zijn:

  • Human Resource Management
  • Productie en Logistiek Management
  • Marketing
  • Bedrijfsfinanciering
  • Bedrijfseconomie en Strategie
  • Bedrijfsstatistiek
  • Economie

Ook leden van andere onderzoeksgroepen kunnen echter als promotor optreden, zolang het onderwerp van de onderzoekspaper duidelijk gerelateerd is aan één van bovenstaande functionele domeinen (bijvoorbeeld: een promotor uit de onderzoeksgroep Beleidsinformatica die een onderzoekspaper begeleidt ontrent e-HRM).

  

§4. Keuze van het onderwerp voor de onderzoekspaper en uitwerking van de paper

De docenten die de verschillende functionele domeinen vertegenwoordigen stellen een aantal thema’s voor kritische literatuurstudie voor. Deze thema’s worden eind november bekend gemaakt aan de studenten. Via een webapplicatie kunnen zij hun top 15 van onderwerpen doorgeven. De exacte datum waarop deze webapplicatie beschikbaar wordt gesteld en de deadline voor het doorsturen van de top 15 wordt eind november via Toledo bekend gemaakt. Uiterlijk bij het begin van de laatste lesweek van het eerste semester wordt bekend gemaakt hoe de onderwerpen zijn toegekend aan de studenten. De studenten die eenzelfde onderwerp kregen toegewezen (maximaal vijf studenten) vormen samen een thesis circle. Bij de toewijzing van het uiteindelijke onderwerp zal zoveel mogelijk rekening gehouden worden met de voorkeuren van de studenten. De toewijzing gebeurt uitsluitend op basis van de onderwerpen; studenten kunnen niet kiezen met wie ze samen in een thesis circle zitten.

Indien een thesis circle voor zijn onderwerp samenwerkt met externe partijen die een vertrouwelijke behandeling van de informatie eisen, dan kunnen thesis circle en promotor aan de externe partij deze vertrouwelijkheid garanderen met het document 'vertrouwelijke informatie masterproef'.  De thesis circle laat bij aanvang van de masterproef twee exemplaren ondertekenen; een exemplaar wordt overhandigd aan de externe partij en een exemplaar blijft in het bezit van de pedel, zodat de faculteit op de hoogte is van de status 'vertrouwelijk' van de masterproef.

 

§5. Wijziging van onderwerp of promotor onderzoekspaper

Indien een individuele student of thesis circle om gegronde redenen van onderwerp wenst te veranderen, dan moet hiertoe een rekwest ingediend worden bij de promotor, ondertekend door alle betrokken studenten. De wijziging of bijsturing van het onderwerp kan maar mits goedkeuring door de promotor.

Indien een student of thesis circle (bv. om inhoudelijke redenen) van promotor wenst te veranderen, dan moet hiertoe een rekwest ingediend worden bij de masterproefcoördinator van de master in het management met de verantwoording van de aanvraag, eveneens ondertekend door alle betrokken studenten. De wijziging is maar mogelijk na een ondertekening voor akkoord door de vorige en de nieuwe promotor.

 

§6. Indieningsprocedure onderzoekspaper

Van de onderzoekspaper wordt één exemplaar per student ingediend bij het studentensecretariaat en in elektronische vorm opgeladen via deze website.  Elke student laadt één pdf-bestand op, dat zowel de individuele component bevat als de eventuele collectieve component. Beveiligde bestanden zijn niet toegelaten.

Bij de indiening zorgt de student voor volgende documenten:

  • één exemplaar van de onderzoekspaper
  • een titelblad met volgende vormvereisten: titelblad
  • een bewijs van elektronisch opladen (dit wordt gegenereerd bij het opladen via de website)

Een student heeft slechts correct ingediend indien zowel de elektronische versie als de hardcopy binnen de deadline werden bezorgd. Te laat ingeleverde papers komen niet in aanmerking voor de betreffende examenperiode.

Alle papers worden gecontroleerd op plagiaat.

 

§7. Business game

a. Verplichte deelname

De business game van de master in het management bestaat uit zes sessies. Deelname aan de business game is verplicht. Deze business game wordt enkel georganiseerd in het tweede semester. Studenten die niet deelnemen aan de business game in het tweede semester of slechts maximaal 2 van de 6 sessies bijwonen, kunnen niet slagen voor de masterproef en daarmee ook niet voor de opleiding. (zie tabel §10).

 

b. Correctie groepsscore voor afwezigheid

Na afloop van de sessies wordt een groepsscore berekend. De individuele score van elk groepslid is gelijk aan de groepsscore tenzij er sprake is geweest van afwezigheid. In dat geval wordt de individuele score bepaald door te corrigeren voor deze afwezigheid op de volgende manier:

  • 1 maal afwezig:
    • eindscore = groepsscore indien vooraf verwittigd én indien er sprake is van een geldige reden
    • eindscore = groepsscore -1 indien geen geldige reden of niet vooraf verwittigd
  • 2 maal afwezig: eindscore = groepsscore - 4 met maximum score van 14/20
  • 3 maal afwezig: eindscore = groepsscore - 6 met maximum score van 10/20
  • 4 maal afwezig: eindscore = groepsscore - 8 met maximum score van 6/20
  • 5 maal afwezig: eindscore = 0/20, met geen mogelijkheid tot slagen voor de masterproef in zijn geheel en dus voor de opleiding
  • 6 maal afwezig: eindscore = 0/20, met geen mogelijkheid tot slagen voor de masterproef in zijn geheel en dus voor de opleiding

De facultair coördinator van de business game oordeelt, in samenspraak met de masterproefcoördinator, over de geldigheid van de reden voor afwezigheid.

Studenten die in het kader van een andere opleiding die zij volgen (bijvoorbeeld de lerarenopleiding) stages moeten afleggen, kunnen aangeven welke sessie hun voorkeur geniet en hiermee zal rekening worden gehouden bij de groepsindeling. Bij het doorgeven van hun voorkeur, moeten deze studenten kunnen aantonen wanneer, waar en bij wie zij stage lopen. Indien de student toch afwezig is a.g.v. de stage, wordt deze stage niet als geldige reden voor afwezigheid beschouwd.

Voor werkstudenten geldt dat activiteiten i.v.m. hun werk geen geldige reden is voor afwezigheid. Bij de groepsindeling wordt namelijk ook rekening gehouden met hun voorkeur voor het wekelijks tijdstip waarop de business game plaatsvindt.

Voor andere studenten die de master in het management combineren met andere acitiviteiten (bijvoorbeeld andere opleiding maar zonder stage, andere verplichtingen) geldt dat er hiermee geen rekening wordt gehouden bij de groepsindeling. Het niet kunnen deelnemen aan één of meerdere sessies van de business game a.g.v.deze activiteiten, wordt niet als een geldige reden voor afwezigheid beschouwd.

 

c. Geen herkansing business game

Er bestaat geen mogelijkheid tot herkansen van de business game in de derde examenperiode (augustus/september) voor studenten die aan meer dan 2 sessies van de business game hebben deelgenomen, maar niet geslaagd zijn voor de business game en deze onvoldoende hebben kunnen compenseren met de onderzoekspaper en Kwantitatieve beleidsmethoden II (zie ook §10 eindbeoordeling voor de verschillende mogelijke scenario’s).

 

§8. Deeltijds studeren/studenten met geïndividualiseerd traject en opnemen van de masterproef 

Studenten die de master in het management spreiden over meerdere jaren (deeltijds studenten/studenten met een geïndividualiseerd traject), kunnen de masterproef alleen in zijn geheel opnemen. Het is dus niet mogelijk om de verschillende onderdelen van de masterproef te spreiden over verschillende jaren. Deeltijds studenten/studenten met een geïndividualiseerd traject kunnen de masterproef slechts opnemen indien zij naast de masterproef voor minimaal 20 studiepunten andere opleidingsonderdelen hebben opgenomen uit de gemeenschappelijke kern
 (zie programmaboek www.kuleuven.be/onderwijs/aanbod/opleidingen/N/CQ_50269029.htm)

  

§9. Specifieke informatie

Informatie m.b.t. het tijdschema van de keuze en de toekenning van de onderwerpen voor de onderzoekspaper, de vormvereisten, de groepsindeling voor de business game en dergelijke kan teruggevonden worden op Toledo (D0R64a Masterproef master in het management)

 

§10. Eindbeoordeling en overdracht van deelexamencijfer 

Aangezien de eindbeoordeling bestaat uit een score voor de onderzoekspaper, een score voor de business game, en een score voor Kwantitatieve beleidsmethoden II kunnen er zich een aantal scenario’s voordoen, waarbij men zich voor elk scenario moet afvragen of de student voor het geheel slaagt of faalt en wat de student moet herdoen bij herkansing in september. Een student kan niet slagen voor de masterproef indien hij/zij een onvoldoende heeft op de onderzoekspaper en/of Kwantitatieve beleidsmethoden II. De business game kan niet herkanst worden. Het resultaat dat is behaald op de business game, wordt overgedragen naar de 3e examenperiode (augustus/september). De onderzoekspaper en Kwantitatieve beleidsmethoden II kunnen wel herkanst worden. Bij de onderzoekspaper wordt in dat geval niet meer in thesis circles gewerkt, maar past de student individueel de onderzoekspaper als geheel aan. De mogelijke scenario’s worden geschetst in volgende tabel (kwoteringen zijn telkens op 20).

 

Score op de business game

Score op de onderzoekspaper en Kwantitatieve beleidsmethoden II

Totale Score

Eindbeoordeling

Ter herdoen in september

Opmerking

≥10

Beide ≥10

≥10

Geslaagd

Nvt

 

≥ 10

Een van beide of beide < 10

≥ 10

Niet geslaagd

Studenten die niet geslaagd zijn op Kwantitatieve beleidsmethoden II moeten dit onderdeel herkansen.

 

Studenten die niet geslaagd zijn op de onderzoekspaper moeten deze herwerken.

 

Onderdelen waarop men wel geslaagd was kunnen niet herkanst worden.

Een hoge score voor de business game compenseert een onvoldoende voor de onderzoekspaper en/of Kwantitatieve beleidsmethoden II niet.

≥ 10

Een van beide of beide < 10

< 10

Niet geslaagd

Studenten die niet geslaagd zijn op Kwantitatieve beleidsmethoden II moeten dit onderdeel herkansen.

 

Studenten die niet geslaagd zijn op de onderzoekspaper moeten deze herwerken.

 

Onderdelen waarop men wel geslaagd was kunnen niet herkanst worden.

 

< 10, maar maximaal 4 maal afwezig op de business game

Beide ≥ 10

≥ 10

Geslaagd

nvt

Een hoge score voor de onderzoekspaper en Kwantitatieve beleidsmethoden II compenseert een tekort voor de business game.

< 10, maar maximaal 4 maal afwezig op de business game

Beide ≥ 10

< 10

Niet geslaagd

De business game kan niet herkanst worden.

 

De student kan zijn onderzoekspaper herwerken om, dankzij een hogere score op de onderzoekspaper,  het tekort op de business game te compenseren.

Hoewel geslaagd voor de onderzoekspaper en Kwantitatieve beleidsmethoden II, compenseert dit het tekort voor de business game in onvoldoende mate.

< 10, maar maximaal 4 maal afwezig op de business game

Een van beide of beide < 10

< 10

Niet geslaagd

De business game kan niet herkanst worden.

 

Kwantitatieve Beleidsmethoden II kan enkel herkanst worden indien men hierop niet geslaagd was.

 

De student kan zijn onderzoekspaper herwerken om, dankzij een hogere score op de onderzoekspaper,  het tekort op de business game te compenseren.

 

0 (meer dan 4 maal afwezig op business game)

≥ 10 of <10

≥ 10 of < 10

NIET geslaagd

Geen herkansing mogelijk

Geen of te geringe deelname aan business game impliceert dat men niet kan slagen voor de opleiding

 

Indien een student niet is geslaagd (na herkansing in de septemberzittijd) en bovendien een onvoldoende heeft op de masterproef (d.w.z. de onderzoekspaper, de business game en Kwantitatieve beleidsmethoden II tesamen) dan geldt het volgende:

  • Studenten die een 10 op 20 of meer hebben behaald op een of twee van de onderdelen van de masterproef krijgen een overdracht van het deelexamencijfervoor elk van de onderdelen van de masterproef waarvoor ze minstens 10 op 20 behaalden. Deze onderdelen hoeven ze het volgende academiejaar dus niet meer opnieuw af te leggen wanneer ze de masterproef hernemen. 
  • Er kan enkel een overdracht van het deelexamencijfer worden verkregen voor Kwantitatieve Beleidsmethoden II als geheel, niet voor de aparte onderwijsleeractiviteiten ‘Bedrijfstoepassingen’ en ‘Econometrische modellen’ aangezien zij worden beoordeeld in één examen.  

 

§11. Verlies van onderwerp in geval van niet slagen na herkansing in september

Studenten die niet geslaagd zijn voor de onderzoekspaper na twee zittijden, verliezen hun onderwerp tenzij de promotor akkoord gaat met het behoud ervan omdat de student al ver gevorderd is en het geen bezwaar is dat andere studenten het onderwerp reeds hebben uitgewerkt.

 

§12. Beoordelingscriteria voor de onderzoekspaper 

Een masterproef moet de student aanspreken op zijn analytisch en synthetisch vermogen. Het eindproduct moet kritisch-reflecterend zijn. Bij de bepaling van de beoordelingscriteria is vertrokken van deze omschrijving. De beoordelingscriteria worden benut bij de beraadslaging over het eindresultaat en de bepaling van de score. De sterke en zwakke punten kunnen vervolgens, indien de student hierom vraagt, aangehaald worden in de persoonlijke feedback aan de student.

Er wordt bij de evaluatie een onderscheid gemaakt tussen vijf gradaties:

  • Onvoldoende (komt overeen met < 10/20)
  • Voldoende (komt overeen met 10-13)
  • Goed (komt overeen met 14-15)
  • Zeer goed (komt overeen met 16-17)
  • Uitstekend (komt overeen met 18 of meer)

 

 

Criterium

Omschrijving

Onvoldoende

Voldoende

Goed

Zeer goed

Uitstekend

N.v.t.

Theoretisch positionering

De ‘state-of-the-art’ in de wetenschappelijke literatuur wordt accuraat weergegeven, met aandacht voor de relevante theorieën en concepten in het betreffende wetenschapsdomein

 

 

 

 

 

 

Kritische reflectiespan

De resultaten stammen op een robuuste analyse en niet op zuivere speculatie. Er is sprake van kritische, wetenschappelijke reflectie over de resultaten.

 

 

 

 

 

 

Maatschappelijke en bedrijfsrelevantie

Bij de interpretatie van de resultaten slaagt de student er in om op een correcte wijze de maatschappelijke en/of bedrijfseconomische relevantie te duiden

 

 

 

 

 

 

Argumentatie

De tekst getuigt van objectiviteit, is gestructureerd en verstaanbaar. De lezer krijgt een goed inzicht in de samenhang tussen onderzoeksvragen, gehanteerde methode en resultaten

 

 

 

 

 

 

Format

De tekst is vloeiend en hanteert een correcte taal en stijl. De tekst voldoet aan het format van een wetenschappelijk artikel

 

 

 

 

 

 

Analytische vaardigheden

De student is voldoende vertrouwd met de criteria van wetenschappelijk onderzoek en voelt het belang van de criteria aan. Hij/zij slaagt er in ze toe te passen in het onderzoek

 

 

 

 

 

 

Attitude

De student werkt onafhankelijk en met de nodige nauwgezetheid. De student toont een duidelijke motivatie om te leren

 

 

 

 

 

 

 

Samenwerking

De student houdt zich aan afspraken. Hij/zij speelt in op de feedback van promotor.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

§13. Taal van de masterproef

In de opleiding master in het management heeft de student steeds het recht om de masterproef in de Nederlandse taal te schrijven. In samenspraak met de promotor kan ook geopteerd worden voor het Engels.

 

§14. Vrijgave masterproef

De contactgegevens van studenten die minimum 14/20 op hun masterproef hebben behaald, worden vrijgegeven aan de pers. Indien de student dit niet wenst, moet hij/zij bij indiening van de masterproef een formulier invullen op het studentensecretariaat.

De onderzoekspaper zal ter beschikking gesteld worden in de bibliotheek en Libis, indien de score minimaal 10/20 bedraagt.

Indien de student het document 'vertrouwelijke informatie masterproef' heeft afgegeven, wordt de status ‘vertrouwelijk’ toegekend aan de masterproef. In dat geval wordt de masterproef niet vrijgegeven.

 

§15. Belangrijke data

Data van indiening