U bent hier: FEB Onderwijs Masterproeven Masterproef Master in de beleidseconomie

Masterproef Master in de beleidseconomie

Reglement masterproef Academiejaar 2011-2012

 

 §1. Algemene vereisten van de masterproef

Door het afwerken van een masterproef krijgt de student de kans een belangrijk stuk "zelfstudie" te realiseren. Volgende richtlijnen worden gehanteerd bij het ontwerp van de masterproef.

 

a. Academisch niveau

De masterproef moet de student aanspreken op zijn analytisch en synthetisch vermogen en capaciteit om tot een zelfstandige probleemoplossing op academisch niveau te komen. Het academisch niveau moet ook uit de eindproducten en eindtermen naar voor komen.

 

b. Aansluiting bij vakgebied

De masterproef moet aansluiten bij het vakgebied van de opleiding/optie die gevolgd wordt door de student.

 

c. Studiepunten

De masterproef in de Master in de beleidseconomie heeft een omvang van 15 studiepunten.

 

d. Concentratie in één programmajaar

De masterproef wordt in alle opleidingen geconcentreerd in één programmajaar.

 

e. Individuele versus collectieve component

Een seminarie over onderzoeksmethoden kan deel uitmaken van de masterproef. De masterproef kan ook deels in groepsverband uitgewerkt worden. De individuele inbreng van elke student moet hierbij echter duidelijk zijn. In geval met groepspapers gewerkt wordt, dan is de groepsomvang tot maximaal 2 studenten beperkt. Ook de begeleiding kan deels in groepsverband verlopen (zgn. thesis circles). De groepsscore mag ook gecorrigeerd worden op basis van ‘peer evaluation’.

 

f. Stagecomponent

Een stagecomponent kan ingebouwd worden in de masterproef. De beslissing hieromtrent wordt genomen door de verantwoordelijken van de major/opleiding waarbinnen de masterproef gemaakt wordt. Ook indien een stagecomponent wordt gebruikt moet het eindproduct kritisch-reflecterend en theoretisch onderbouwd zijn. Een stage moet steeds bijdragen tot het eindproduct van de masterproef en bijgevolg ook in functie staan van het thema van de masterproef. Een zuivere studiestage kan bijgevolg niet gevaloriseerd in het kader van de masterproef.

 

g. Scoreverdeling

Er moet duidelijk aangegeven worden hoe de scores verdeeld worden over de verschillende componenten van de masterproef.

 

h. Schriftelijke rapportering

Een schriftelijke rapportering maakt steeds deel uit van de masterproef. Hierin moet het geheel gesitueerd worden in een wetenschappelijke vraagstelling en aandacht worden besteed aan theoretische onderbouwing en kritische reflectie. De minimale en maximale omvang van de schriftelijke rapportering wordt in woorden geduid. Indien geopteerd wordt voor relatief korte rapporteringen (bv. 8.000 of 10.000 woorden), dan wordt ook verwacht dat hier het format van een artikel in een wetenschappelijk tijdschrift wordt gevolgd. De evaluatiecriteria (cf. infra) weerspiegelen ook duidelijk het belang van deze wetenschappelijke standaard.

 

i. Drie beoordelaars

De masterproef wordt beoordeeld door een evaluatiecommissie die bestaat uit ten minste drie leden. Eén van deze drie leden mag extern zijn, bv. een fellow of een begeleider uit een bedrijf. De commissie brengt één cijfer uit. Dit kan collegiaal bepaald zijn, maar ook gebaseerd zijn op gewogen individuele cijfers.

 

j. Mondelinge presentatie

De masterproef wordt afgesloten met een mondelinge presentatie en verdediging van de masterproef. Ook hier kan een groepspresentatie deel van de opdracht zijn. Ook poster sessies kunnen hier gebruikt worden.

 

 

§2. Promotor

Elke lesgever van de faculteit kan als promotor optreden. Ook doctor-assistenten en andere doctores met een tijdelijk statuut kunnen promotor zijn. Een doctoraatsstudent kan geen promotor zijn, maar wel begeleiding opnemen én deel uitmaken van de evaluatiecommissie.

In principe behoort de promotor tot de onderzoeksgroep of –eenheid die verantwoordelijk is voor de major (TEW, HIR) of opleiding (EW, HIRb) die de student volgt. Na akkoord van en in samenspraak met de masterproefcoördinator van de major/opleiding kan een promotor gezocht worden buiten de eigen major/opleiding, indien dit om inhoudelijke redenen opportuun is. Het thema van de masterproef moet ook in dat geval aansluiten bij de major of opleiding.

 

 

§3. Keuze van het onderwerp en uitwerking van de masterproef

De wijze waarop onderwerpen worden gekozen of toegewezen, wordt bepaald door de onderzoeksgroep of –eenheid die verantwoordelijk is voor de overeenkomstige major/opleiding. Ook de concrete vormvereisten en de opbouw van de masterproef wordt, binnen de onder (§1) gestelde algemene vereisten, uitgewerkt door de onderzoeksgroep of –eenheid die verantwoordelijk is voor de overeenkomstige major/opleiding.

 

De onderzoeksgroep of –eenheid die verantwoordelijk is voor de overeenkomstige major/opleiding bepaalt eveneens de wijze waarop onderwerpen worden toegewezen aan studenten die geselecteerd zijn voor een Erasmus-uitwisseling of een bi-diplomeringstraject voor het jaar waarin zij hun masterproef moeten afleggen. Zo nodig wordt een aangepaste wijze van uitwerking voorgesteld. Studenten die geselecteerd zijn voor een uitwisseling, melden dit ten laatste op 15 mei van het voorgaande academiejaar (d.i. het jaar van selectie) aan de coordinator van de masterproef.

Een overzicht van de opbouw van de masterproef en de specifieke vormvereisten, vind je op volgende webpagina.

Indien een student voor zijn/haar onderwerp samenwerkt met externe partijen die een vertrouwelijke behandeling van de informatie eisen, dan kunnen student en promotor aan de externe partij deze vertrouwelijkheid garanderen met het document 'vertrouwelijke informatie masterproef'. Bij het indienen van de masterproef moet de student een tweede exemplaar van dit document afgeven opdat de faculteit op de hoogte is van de status 'vertrouwelijk' van de masterproef. 

 

§4. Wijziging van onderwerp of promotor

Indien de student om gegronde redenen van onderwerp wenst te veranderen, dan moet hiertoe een rekwest ingediend worden bij de promotor. De wijziging of bijsturing van het onderwerp kan maar mits goedkeuring door de promotor.

Indien de student (bv. om inhoudelijke redenen) van promotor wenst te veranderen, dan moet hiertoe een rekwest ingediend worden bij de masterproefcoördinator van de major/opleiding met de verantwoording van de aanvraag. De wijziging is maar mogelijk na een ondertekening voor akkoord door de vorige en de nieuwe promotor.  

§5. Indieningsprocedure

De masterproef wordt in drie exemplaren ingediend bij het studentensecretariaat en in elektronische vorm (pdf en origineel bronbestand) opgeladen via deze website.

Bij de indiening zorgt de student voor volgende documenten:

Te laat ingeleverde masterproeven komen niet in aanmerking voor de betreffende examenperiode. 

 

§6. Mondelinge presentatie

De masterproef wordt afgesloten met een mondelinge presentatie en verdediging van de masterproef. De concrete vorm van deze mondelinge presentatie wordt bepaald door de onderzoeksgroep of –eenheid die verantwoordelijk is voor de overeenkomstige major/opleiding.

 

 

§7. Eindbeoordeling

Indien een student niet slaagt en bovendien een onvoldoende heeft op de masterproef, dan wordt de masterproef volledig opnieuw afgelegd. Er wordt daarbij niet gewerkt met deelvrijstellingen.

De verschillende componenten van de masterproef worden minimaal beoordeeld door de promotor, de werkleider en een derde lezer. Elk geeft een afzonderlijk beoordelingscijfer en het gemiddelde van de drie cijfers wordt als examencijfer voor de masterproef genomen.

Wanneer de eindbeoordeling bestaat uit een groepsscore en een individuele score, dan kunnen er zich een aantal scenario’s voordoen, waarbij men zich voor elk scenario moet afvragen of de student voor het geheel slaagt of faalt en wat de student moet herdoen bij herkansing in september. De scenario’s worden geschetst in volgende tabel (kwoteringen zijn telkens op 20).

Groepsscore Indiv. Score Totale Score Eindbeoordeling Te herdoen in september Opmerking
≥10 ≥10 ≥10 Geslaagd nvt  
≥ 10 < 10 ≥ 10 Niet geslaagd Individuele component Groepswerk compenseert het tekort in het individuele werk niet
≥ 10 < 10 < 10 Niet geslaagd Individuele component Groepswerk compenseert het tekort in het individuele werk niet
< 10 ≥ 10 ≥ 10 Geslaagd nvt Individueel werk compenseert het tekort in het groepswerk
< 10 ≥ 10 < 10 Niet geslaagd Uitgebreide individuele component Hoewel geslaagd voor het individueel werk, compenseert dit het tekort in het groepswerk in onvoldoende mate
< 10 < 10 < 10 Niet geslaagd Uitgebreide individuele component  

 

 

§8. Beoordelingscriteria

Een masterproef moet de student aanspreken op zijn analytisch en synthetisch vermogen en vermogen tot zelfstandige probleemoplossing op academisch niveau. Het eindproduct moet kritisch-reflecterend en theoretisch onderbouwd zijn. Bij de bepaling van de beoordelingscriteria is vertrokken van deze omschrijving. De beoordelingscriteria worden benut bij de beraadslaging over het eindresultaat en de bepaling van de score. De sterke en zwakke punten kunnen vervolgens, indien de student hierom vraagt, aangehaald worden in de persoonlijke feedback aan de student.

Er worden bij de evaluatie een onderscheid gemaakt tussen vijf gradaties:

  • Onvoldoende (komt overeen met < 10/20)
  • Voldoende (komt overeen met 10-13)
  • Goed (komt overeen met 14-15)
  • Zeer goed (komt overeen met 16-17)
  • Uitstekend (komt overeen met 18 of meer)

 

1. ONDERZOEKSVOORSTEL
Criterium Omschrijving Onvoldoende Voldoende Goed Zeer goed Uitstekend N.v.t.
Motivatie De student geeft een duidelijke motivatie voor het onderwerp, verwijst overtuigend naar hiaten in de literatuur, de wetenschappelijke en/of praktijkrelevantie            
Doelstelling Het onderzoeksvoorstel geeft een duidelijk overzicht van de centrale doel- of probleemstelling, de centrale onderzoeksvragen en de beoogde resultaten            
Plan van aanpak Het voorstel duidt de relevante theoretische kaders en onderzoeksmethoden aan. Het voorstel omvat ook een duidelijk plan van aanpak (stappenplan, milestones)            

 

 

2. RESULTATEN

 

Criterium Omschrijving Onvoldoende Voldoende Goed Zeer goed Uitstekend N.v.t.
Theoretisch positionering De ‘state-of-the-art’ in de wetenschappelijke literatuur wordt accuraat weergegeven, met aandacht voor de relevante theorieën en concepten in het betreffende wetenschapsdomein            
Wetenschappelijke kwaliteit De onderzoeksmethode laat toe om de onderzoeksvragen accuraat te beantwoorden. Ze is voldoende verifieerbaar, er zijn duidelijke indicaties van validiteit en betrouwbaarheid            
Kritische reflectie De resultaten stammen op een robuuste analyse en niet op zuivere speculatie. Er is sprake van kritische, wetenschappelijke reflectie over de resultaten.            
Maatschappelijke en bedrijfsrelevantie Bij de interpretatie van de resultaten slaagt de student er in om op een correcte wijze de maatschappelijke en/of bedrijfseconomische relevantie te duiden            

 

 

3. PRESENTATIE VAN DE RESULTATEN

 

Criterium Omschrijving Onvoldoende Voldoende Goed Zeer goed Uitstekend N.v.t.
Argumentatie De tekst getuigt van objectiviteit, is gestructureerd en verstaanbaar. De lezer krijgt een goed inzicht in de samenhang tussen onderzoeksvragen, gehanteerde methode en resultaten            
Format De tekst is vloeiend en hanteert een correcte taal en stijl. De tekst voldoet aan het format van een wetenschappelijk artikel            
Mondelinge presentatie Tijdens de presentatie slaagt de student er in om de essentie van de resultaten en de wetenschappelijke en/of praktijkrelevantie te duiden            
Dialoog, discussie De student antwoordt op een overtuigende wijze tijdens de discussie met de beoordelaars. De student bouwt in zijn argumentatie duidelijk verder op de resultaten van de masterproef.            

 

 

4. ATTITUDE EN MOTIVATIE

 

Criterium Omschrijving Onvoldoende Voldoende Goed Zeer goed Uitstekend N.v.t.
Analytische vaardigheden De student is voldoende vertrouwd met de criteria van wetenschappelijk onderzoek en voelt het belang van de criteria aan. Hij/zij slaagt er in ze toe te passen in het onderzoek            
Attitude De student werkt onafhankelijk en met de nodige nauwgezetheid. De student toont een duidelijke motivatie om te leren            
Samenwerking De student participeert actief in meetings en houdt zich aan afspraken. Hij/zij speelt in op de feedback van promotor, werkleider en collega-studenten en spant zich in om kennis met anderen te delen.            

 

 

§9. Taal van de masterproef

De student heeft steeds het recht om de masterproef in de Nederlandse taal te schrijven. In samenspraak met de promotor kan ook geopteerd worden voor het Engels.

 

 

§10. Vrijgave masterproef

De contactgegevens van studenten die minimum 14/20 op hun masterproef hebben behaald, worden vrijgegeven aan de pers. Indien de student dit niet wenst, moet hij/zij bij indiening van de masterproef een formulier invullen op het studentensecretariaat.

De masterproef zal ter beschikking gesteld worden in de bibliotheek en Libis, indien minimaal 10/20 werd behaald.

 

Indien de student bij het indienen van de masterproef het document'vertrouwelijke informatie masterproef' heeft afgegeven, wordt de status ‘vertrouwelijk’ toegekend aan de masterproef. In dat geval wordt de masterproef niet vrijgegeven.

 

§11. Belangrijke data

Data van indiening en mondelinge presentaties