Reglement Doctoraatsprogramma FEB
Inhoud
- FEB
- K.U.Leuven: Doctoraatswebsite
-
Het doctoraat in de economische wetenschappen
- 1. Algemene informatie
- 2. Toelatingsvoorwaarden
- 3. Inschrijvingen
- 4. Doctum Colloquium
- 5. Doctoraatsvakken
- 6. Doctoraatswerkcollege
- 7. Doctoraatsvoorstel
- 8. Voortgang
- 9. Doctoraatsseminaries
- 10. Internationaal congres
- 11. Internationale publicaties
- 12. Getuigschrift van de doctoraatsopleiding
- 13. Bijgevoegde stellingen
- 14. Voorverdediging
-
15. Openbare verdediging
-
Het doctoraat in de toegepaste economische wetenschappen
- 1. Algemene informatie
- 2. Toelatingsvoorwaarden
- 3. Inschrijvingen
- 4. Doctorale modules
- 5. Literatuurproef
- 6. Doctoraatswerkcollege
- 7. Doctoraatsvoorstel
- 8. Voortgang
- 9. Doctoraatsseminaries
- 10. Onderzoeksrapporten
- 11. Internationaal congres
- 12. Internationale publicaties
- 13. Getuigschrift van de doctoraatsopleiding
- 14. Voorverdediging
-
15. Openbare verdediging
Er is een lijst met actuele doctoraatsverdedigingen.
Algemene informatie
De Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen organiseert twee doctoraatsopleidingen:
- Doctor in de economische wetenschappen;
- Doctor in de toegepaste economische wetenschappen.
Beide academische graden worden behaald na openbare verdediging van een proefschrift.
Men kan enkel worden toegelaten tot de openbare verdediging van het doctoraat indien voldaan werd aan de verplichtingen van de respectievelijke doctoraatsopleiding. Slechts uitzonderlijk kan de facultaire Doctoraatscommissie de doctorandus/a van deze opleiding vrijstellen.
Dit reglement is ondergeschikt aan het universitaire reglement doctoraatsopleiding.
Facultaire doctoraatscommissie
De facultaire doctoraatscommissie heeft twee functies: voor de twee doctoraatsopleidingen treedt zij enerzijds op als Permanente Onderwijscommissie en anderzijds als examencommissie. Zij is samengesteld uit:
- een voorzitter, met name de vice-decaan onderzoek;
- twee ZAP-leden uit het Centrum voor Economische Studiën, waarbij één lid de programmadirecteur voor het doctoraat in de economische wetenschappen (EW) is;
- twee ZAP-leden, gekozen uit de vier andere onderzoekseenheden, waarbij één lid de programmadirecteur voor het doctoraat in de toegepaste economische wetenschappen (TEW) is;
- twee afgevaardigden van de doctorandi, met name één uit de doctoraatsopleiding EW en één uit de doctoraatsopleiding TEW: deze vertegenwoordigers hebben echter geen zitting in de commissie wanneer deze optreedt als examencommissie;
- een secretaris, met name de administratief coördinator van de doctoraatsopleidingen.
De opvolging van de individuele dossiers wordt gedelegeerd:
- aan de respectievelijke examencommissie voor het vakkengedeelte,
- aan de begeleidingscommissie, aangeduid door het Faculteitsbestuur, voor het verhandelingsgedeelte,
- aan het Faculteitsbestuur, onder personalia, voor het overige.
Elke betrokkene kan bij de facultaire doctoraatscommissie beroep aantekenen tegen een aldus gedelegeerde beslissing en vragen door de commissie gehoord te worden. Opmerking: telkens volgens dit reglement een beslissing door het Faculteitsbestuur genomen wordt, worden eerst de betrokken onderzoekseenheid en de programmadirecteur geconsulteerd.
1. HET DOCTORAAT IN DE ECONOMISCHE WETENSCHAPPEN
1. Algemene informatie:
De doctoraatsopleiding in de economische wetenschappen is een geïndividualiseerde opleiding die ten minste drie jaar voltijdse studie vereist. In het totaal behelst ze minimum 1500 uur studietijd en exact 60 studiepunten.
2. Toelatingsvoorwaarden:
Worden toegelaten tot de doctoraatsopleiding in de economische wetenschappen: de studenten met een diploma van Licentiaat of Master in de Economische Wetenschappen of een als equivalent beschouwd diploma voor zover ze daarenboven blijk geven van de bekwaamheid om zelfstandig wetenschappelijk onderzoek te verrichten. Over de gelijkwaardigheid van de diploma's wordt beslist door het Faculteitsbestuur, na advies van de programmadirecteur.
- APPLICATIEFORMULIER (PDF)
- COMMUNICATIE KAN GEBEUREN VIA VOLGEND EMAILADRES: PHD@ECON.KULEUVEN.BE.
3. Inschrijvingen
De doctoraatsstudent(e) schrijft zich bij aanvang van de doctoraatsopleiding in (op de Studentenadministratie, Universiteitshal, Naamsestraat 22, 3000 Leuven). Hierbij is de schriftelijke toelating van de programmadirecteur noodzakelijk. De daaropvolgende jaren schrijft de doctoraatstudent(e) zich in op de rol (verplicht, zonder bijkomende betaling). In het academiejaar waarin het proefschrift verdedigd wordt, schrijft de doctoraatsstudent(e) zich voor het doctoraat zelf in.
- MEER INFORMATIE OVER DE INSCHRIJVINGEN KAN GEVONDEN WORDEN OP VOLGENDE WEBSITE: HTTP://WWW.ECON.KULEUVEN.BE/LSBE/APPLICATION/DEFAULT.HTM
4. Doctum colloquium:
Om lacunes in de vooropleiding te remediëren kan aan studenten een geïndividualiseerd Doctum Colloquium worden opgelegd. De beslissing hierover wordt genomen na onderzoek van de behaalde diploma’s en de vroegere onderzoekservaring voor elke individuele student. Het geïndividualiseerde programma bestaat uit vakken die georganiseerd worden binnen de verschillende advanced masteropleidingen van de faculteit. Bovendien moet ook een research paper geschreven worden.
De programmadirecteur formuleert een advies over het al dan niet opleggen van een Doctum Colloquium en over het concrete individuele programma op basis van de voorstellen van de promotor van de student(e). Het advies wordt voorgelegd aan de goedkeuring van het Faculteitsbestuur en kan slechts gewijzigd worden mits de toestemming van het Faculteitsbestuur.
De vakken van het Doctum Colloquium moeten gedurende het eerste jaar van de doctoraatsopleiding worden afgelegd. De student(e) wordt toegelaten tot de verdere doctoraatsopleiding indien hij/zij slaagt voor elk van deze vakken afzonderlijk en een globale gewogen score behaalt van meer dan 70 %. De weging bestaat uit 10 punten per studiepunt voor de vakken en 170 punten voor de research paper. De uiteindelijke beslissing hierover wordt genomen door het Faculteitsbestuur.
5. Doctoraatsvakken:
Ieder student(e) neemt gedurende minstens drie jaren van de opleiding deel aan onderwijsactiviteiten die specifiek georganiseerd worden voor doctorandi. Deze onderwijsactiviteiten omvatten minimaal 120 uur studietijd per jaar.
Hiertoe stelt de student(e) in overleg met zijn/haar promotor een individueel onderwijsprogramma samen uit:
- de leescolleges die door het Centrum voor Economische Studiën worden aangeboden als derde cyclusvak. Elk leescollege behelst een reeks van samenkomsten van 2 uur met 10 uur studietijd elk waarin de lectuur besproken wordt. De student(e) wordt tijdens de bespreking geëvalueerd door de titularis van het leescollege.
- de seminaries van het Centrum voor Economische Studiën. In deze seminaries stellen onderzoekers van buiten de universiteit vernieuwend onderzoek voor. De voorgestelde paper wordt vooraf ter beschikking gesteld. Het seminarie zelf beslaat 2 uur met mogelijkheid van persoonlijke discussie achteraf. Elke samenkomst behelst een studietijd van 10 uur.
- de doctorale cursussen, gedoceerd door gastprofessoren en aangeboden door het Centrum voor Economische Studiën, door andere onderzoekseenheden binnen de faculteit of in het kader van interuniversitair georganiseerde doctorale netwerken. Elk uur gevolgd college wordt gehonoreerd met een studietijd van 5 uur.
6. Doctoraatswerkcollege:
De student(e) neemt deel aan de onderzoeksgroepseminaries, georganiseerd door één van de onderzoeksgroepen van het Centrum voor Economische Studiën. Tijdens deze seminaries wordt onderzoek voorgesteld zowel van de leden van de onderzoeksgroep als van andere onderzoekers die gespecialiseerd zijn in het domein van de onderzoeksgroep. Een seminarie in de onderzoeksgroep, inclusief discussie, levert een studietijd op van 10 uur.
De student(e) kan zijn/haar programma verder aanvullen met seminaries van andere onderzoeksgroepen en aan andere universiteiten. Het volgen van een seminarie wordt gehonoreerd met een studietijd van 10 uur.
7. Doctoraatsvoorstel
Gedurende het eerste jaar van de doctoraatsopleiding werkt de student(e) een doctoraatsvoorstel uit dat door een door het Faculteitsbestuur samengestelde ad hoc-commissie wordt beoordeeld. Deze voorstelling wordt gehonoreerd met 50 uur studietijd. De ad hoc-commissie wordt samengesteld op advies van de programmadirecteur en de betrokken promotor.
Voor de student(e) wordt door het Faculteitsbestuur een promotor en desgevallend een co-promotor aangeduid. Eén van beide dient lid te zijn van het Zelfstandig Academisch Personeel van het Centrum voor Economische Studiën. In samenwerking met de co-promotor staat de promotor de promovendus/a tijdens de gehele duur van het onderzoek bij.
De ad hoc-commissie wordt voorgezeten door de promotor en bevat (de promotor inbegrepen) minimaal drie en maximaal vijf leden van het academisch personeel van het Centrum voor Economische Studiën. Naast het Zelfstandig Academisch Personeel kunnen ook post-docs en emeriti deel uitmaken van de commissie. De promovendus/a licht zijn/haar voorstel toe voor deze ad hoc-commissie. Het Faculteitsbestuur beslist over de goedkeuring van het onderwerp op basis van het schriftelijk verslag van deze vergadering door de promotor.
Naast de goedkeuring van het voorstel stelt het Faculteitsbestuur na advies van de promotor een begeleidingscommissie samen om het proefschrift te beoordelen. Deze commissie bestaat uit minimaal vijf en maximaal zeven leden. De leden van de ad hoc-commissie maken deel uit van de begeleidingscommissie, tenzij hierop door het Faculteitsbestuur uitdrukkelijk een uitzondering wordt voorzien. Minstens twee leden van de begeleidingscommissie zijn lid van het zelfstandig academisch personeel van het Centrum voor Economische Studiën. Minstens één lid van de begeleidingscommissie is geen lid van de associatie K.U.Leuven. Houders van een postdoctoraal mandaat kunnen als promotor optreden, op voorwaarde dat een ander ZAP-lid als tweede promotor optreedt.
De door het Faculteitsbestuur goedgekeurde onderwerpen van doctoraal proefschrift worden aan de betrokkenen gedurende de tijd van studie en onderzoek voorbehouden. Het Faculteitsbestuur kan dit recht echter ontnemen aan de promovendus/a die sinds twee jaar geen werkzaamheden heeft geleverd.
8. Voortgang
Elke student(e) houdt zijn/haar activiteiten bij in een individueel doctoraatsboekje dat opgesteld wordt volgens de voorschriften van de faculteit. Dit boekje wordt op het einde van elk academiejaar voorgelegd aan de programadirecteur, nadat het door de promotor is goedgekeurd.
9. Doctoraatsseminaries
Minimaal twee keer tijdens zijn/haar doctoraatsopleiding presenteert de student(e) tijdens de onderzoeksgroepseminaries zijn/haar eigen doctoraatsonderzoek. Elk van deze prestaties levert 50 uur studietijd op. Tijdens die gelegenheid wordt ook gerapporteerd over de voortgang van het doctoraal onderzoek.
10. Internationaal congres
Elk student(e) participeert minstens éénmaal gedurende de opleiding actief aan een internationaal congres. Deelname aan een internationaal congres wordt gehonoreerd met een studietijd van 10 uur per dag. Een voorstelling op een nationaal congres of een seminarie aan een andere universiteit wordt beloond met een studietijd van 50 uur. Een lezing of een postervoorstelling op een internationaal congres levert een studietijd op van 100 uur.
11. Internationale publicaties
De student(e) wordt aangemoedigd om in wetenschappelijke tijdschriften te publiceren. Gedurende de opleiding moet minstens één publicatie op internationaal niveau worden verzorgd. Als internationale publicaties worden beschouwd de Engelstalige artikelen gepubliceerd in een tijdschrift dat voorkomt op de VSNU-lijst of opgenomen is in de internationale elektronische databanken Econlit, ABI-Inform of Web of Science. Deze publicatie mag geschreven zijn samen met één of meerdere co-auteurs op voorwaarde dat de bijdrage van de student(e) door de promotor als voldoende substantieel wordt beschouwd. Elke publicatie in een tijdschrift met een impactfactor van minstens 0.5 of in een A- of B-tijdschrift van de VSNU-lijst levert een studietijd op van 200 uren. Elke publicatie in een lager gerangschikt internationaal tijdschrift levert een studietijd op van 150 uur. Een publicatie in een ander gerefereerd tijdschrift, een hoofdstuk in een gerefereerd boek en een discussiepaper in de reeks van het Centrum voor Economische Studiën leveren elk een studietijd op van 50 uur. Een volledig boek wordt gehonoreerd met 200 uur. Slechts zeer uitzonderlijk kan de publicatie op internationaal niveau vervangen worden door drie gereviewde nationale publicaties.
12. Getuigschrift van doctoraatsopleiding
Na het succesvol doorlopen van alle voorgaande stappen en het behalen van minimaal 1500 uren studietijd en exact 60 studiepunten verkrijgt de student(e) het getuigschrift van de doctoraatsopleiding. Volgende samenvattende tabel geeft een overzicht:
| Onderwijsactiviteiten | STUDIETIJD | STUDIEPUNTEN |
|---|---|---|
| Volgen van doctoraatsvakken: 3 x 120 u | 360 | 18 |
| Bespreking doctoraatsvoorstel en regelmatige rapportering | 50 | 5 |
| Geven van twee onderzoeksseminaries: 2 x 50 u | 100 | 5 |
| Actieve participatie aan een internationaal congres | 100 | 5 |
| Internationale publicatie | 150 (of 200) | 5 |
|
Overige Onderzoeksactiviteiten: samen te stellen uit |
740 | 22 |
| Onderzoeksseminaries (10 uur per seminarie) | ||
| Deelname internationale congressen (10 uur per dag) | ||
| Voorstelling internationale congressen (100 uur per voorstelling) | ||
| Voorstelling nationaal congres (50 uur per voorstelling) | ||
| A- en B-publicaties (200 uur per publicatie) | ||
| Andere internationale publicaties (150 uur per publicatie) | ||
| Andere internationale publicaties (150 uur per publicatie) | ||
| Andere publicaties (50 uur voor een artikel, 200 uur voor een boek) | ||
| Contacten promotor (1 uur per contactuur, maximum 150 uur) | ||
| TOTAAL | 1500 (of 1550) | 60 |
Het Faculteitsbestuur kan uitzonderlijk en op individuele basis beslissen dat de kandidaat vrijgesteld wordt van het volgen van de doctoraatsopleiding. Hiertoe is het voorafgaande akkoord van de onderzoekseenheid vereist. Deze vrijstelling kan slechts verleend worden wanneer de kandidaat binnen of buiten de universiteit een onderzoekservaring heeft opgedaan en/of onderzoeksprestaties kan voorleggen die vergelijkbaar zijn met wat van de studenten in de doctoraatsopleiding wordt verwacht.
13. Bijgevoegde stellingen
Minimaal drie maanden voor de openbare verdediging en in elk geval vóór de voorverdediging legt de promovendus/a aan het Faculteitsbestuur een lijst van zes bijgevoegde stellingen voor, die vooraf door de promotor werden goedgekeurd. Deze stellingen dienen oorspronkelijk te zijn, bondig geformuleerd te worden en voor discussie vatbare uitspraken te bevatten. Ze worden geacht aan te tonen dat de promovendus/a ook bedreven is in andere deelgebieden van de economie dan dat waarop het proefschrift betrekking heeft en mogen daarom geen betrekking hebben op het proefschrift. Het Faculteitsbestuur kiest uit de voorgelegde lijst drie stellingen waarover de promovendus/a tijdens de openbare verdediging kan worden ondervraagd.
14. Voorverdediging
Tijdens de uitwerking en de redactie van het proefschrift zal de promovendus/a geregeld zijn/haar promotor raadplegen. Hij/zij dient een oorspronkelijk werk te leveren, resultaat van persoonlijke studie en onderzoek. Het onderwerp dient grondig en objectief behandeld. De tekst is gesteld in het Nederlands of in het Engels. Het proefschrift kan bestaan uit reeds gepubliceerde of voor publicatie aanvaarde bijdragen. Indien sommige van deze bijdragen geschreven zijn in samenwerking met één of meerdere co-auteurs, gaat de begeleidingscommissie na of de bijdrage van de promovendus/a voldoende substantieel is.
De eindtekst van het proefschrift moet aan de finale goedkeuring van de promotor en co-promotor worden voorgelegd. Vóór het verlenen van die goedkeuring zal een eerste besloten voorverdediging van het proefschrift plaatsvinden voor de begeleidingscommissie. De promovendus/a richt hiertoe een aanvraag tot het Faculteitsbestuur, die slechts zijn toestemming tot voorverdediging zal verlenen na de promotor gehoord te hebben. De leden van de begeleidingscommissie krijgen de voorlopige tekst van het proefschrift minstens acht weken voor de datum van de voorverdediging. Leden van de begeleidingscommissie die niet aanwezig kunnen zijn, maken vóór het tijdstip van de voorverdediging hun opmerkingen schriftelijk over aan de promotor. De begeleidingscommissie kan één van de volgende beslissingen nemen:
- (a) het proefschrift mag ongewijzigd ter finale goedkeuring worden voorgelegd;
- (b) het proefschrift mag ter finale goedkeuring worden voorgelegd mits bepaalde wijzigingen worden doorgevoerd;
- (c) het proefschrift mag niet ter finale goedkeuring worden voorgelegd en er is een nieuwe voorverdediging noodzakelijk.
In geval (b) dient de promovendus/a zich bij de herwerking te houden aan de wijzigingen die door de begeleidingscommissie werden opgelegd. De promotor en de co-promotor moeten hun goedkeuring uitspreken over de finale versie van het proefschrift. Wanneer de promotor en co-promotor hun finale goedkeuring aan het Faculteitsbestuur en aan de promovendus/a hebben bekendgemaakt, mag deze laatste tot reproductie van het manuscript van het proefschrift overgaan. Gelijktijdig schrijft de promovendus/a zich in voor het examen van Doctor in de Economische Wetenschappen.
- PRE-DEFENSE (PDF)
15. Openbare verdediging
De openbare verdediging van het proefschrift en van de bijgevoegde stellingen heeft plaats op een door het Faculteitsbestuur vastgestelde datum, ten vroegste één maand nadat de leden van de begeleidingscommissie de finale reproductie van het proefschrift hebben ontvangen. Deze verdediging heeft plaats in het Nederlands of het Engels of beiden en wordt voorgezeten door de programmadirecteur. Indien deze laatste verhinderd is, kan hij/zij zich laten vervangen door een ander lid van het Zelfstandig Academisch Personeel van de faculteit. Leden van de begeleidingscommissie die niet aanwezig kunnen zijn, maken voor het tijdstip van de openbare verdediging hun vragen schriftelijk over aan de promotor.
Voor de finale tekst en de vormgeving van het proefschrift volgt de promovendus/a de voorschriften voorzien door de Faculteit Economische en Toegepaste Economische Wetenschappen. Hij/zij raadpleegt hiertoe voorafgaandelijk de administratief coördinator doctoraatsopleidingen.
Na de verdediging van het doctoraal proefschrift wordt aan de doctorandus/a een toelage van 750 € gegeven tot dekking van de kosten van de doctoraatsopleiding.
2. HET DOCTORAAT IN DE TOEGEPASTE ECONOMISCHE WETENSCHAPPEN
1. Algemene informatie
De doctoraatsopleiding in de toegepaste economische wetenschappen is een geïndividualiseerde opleiding die ten minste drie jaar voltijdse studie vereist. In het totaal behelst ze minimum 1715 uur studietijd en exact 60 studiepunten.
2. Toelatingsvoorwaarden:
De toelatingsvoorwaarden tot de doctoraatsopleiding zijn afhankelijk van de vooropleiding. De toelating tot de doctoraatsopleiding wordt op basis van het individuele dossier gegeven door het Faculteitsbestuur na consultatie van de professoren van de betrokken richting. De minimale toelatingsvoorwaarden zijn:
- een universitair diploma van master in de toegepaste economische wetenschappen, handelsingenieur of handelsingenieur in de beleidsinformatica met gemiddeld onderscheiding;
- een diploma van master in de handelswetenschappen of handelsingenieur van een Europese instelling van hoger onderwijs van twee cycli met gemiddeld onderscheiding;
- een equivalent of ander academisch diploma met gemiddeld onderscheiding.
'Gemiddeld onderscheiding' wordt geïnterpreteerd als minstens twee maal niveau onderscheiding behaald in de voorgelegde universitaire diploma's. Afwijkingen op de graden worden toegelaten indien niet ingeboet wordt op de kwaliteit. Afwijkingen dienen uitzonderlijk te zijn en duidelijk gemotiveerd te worden.
Afhankelijk van het dossier kunnen aanbevelingsbrieven en een GMAT-score van minstens 600 vereist worden. Voor studenten buiten de EER is de GMAT-score steeds vereist. Tekorten in de vooropleiding kunnen gecompenseerd worden met bijzondere studieopdrachten.
Houders van een economisch masterdiploma afgeleverd door een hogeschool kunnen toegelaten worden. Hiervoor geldt volgende reglementering:
- de kandidaat dient zich te rangschikken binnen de 10 % beste studenten van de gevolgde opleiding aan de hogeschool en geen bisjaren gedaan te hebben;
- er wordt additioneel rekening gehouden met opleidingen gevolgd aan een universiteit; voor dergelijke opleiding moet minimaal onderscheiding behaald zijn.
De studenten selecteren hun richting uit de volgende lijst:
- accounting;
- actuariële wetenschappen;
- bedrijfseconomie, strategie & innovatie;
- econometrie & statistiek;
- financiewezen;
- informatica;
- marketing;
- operationeel onderzoek;
- productiebeleid;
- personeel en organisatie.
- APPLICATIEFORMULIER (PDF)
- COMMUNICATIE KAN GEBEUREN VIA VOLGEND EMAILADRES: PHD@ECON.KULEUVEN.BE.
3. Inschrijvingen
De doctoraatsstudent(e) schrijft zich bij aanvang van de doctoraatsopleiding in (op de Studentenadministratie, Universiteitshal, Naamsestraat 22, 3000 Leuven). Hierbij is de schriftelijke toelating van de programmadirecteur noodzakelijk. De daaropvolgende jaren schrijft de doctoraatstudent(e) zich in op de rol (verplicht, zonder bijkomende betaling). In het academiejaar waarin het proefschrift verdedigd wordt, schrijft de doctoraatsstudent(e) zich voor het doctoraat zelf in.
- MEER INFORMATIE OVER DE INSCHRIJVINGEN KAN GEVONDEN WORDEN OP VOLGENDE WEBSITE: HTTP://WWW.ECON.KULEUVEN.BE/LSBE/APPLICATION/DEFAULT.HTM
4. Doctorale modules
De doctorale student(e) volgt voor 21 studiepunten vakken. Minstens 12 studiepunten komen uit het Master of Advanced Business Studies programma. Vakken genomen buiten het Master of Advanced Business Studies moeten een onderzoeksfocus hebben en bij voorkeur van Master na Master niveau zijn. Het individueel programma moet voor goedkeuring ondertekend worden door de promotor en de Coördinator van de onderzoekseenheid waarbinnen de kandidaat doctoreert. De programma's worden finaal goedgekeurd door het Faculteitsbestuur.
Doctorale studenten die reeds een research masterdiploma behaalden in de economische of toegepaste economische wetenschappen en die daarop gemiddeld onderscheiding behaalden worden vrijgesteld van het volgen van vakken.
In principe volgt de doctorale student de vakken tijdens het eerste jaar van het doctoraatsprogramma. Spreiding van de vakken over de eerste twee jaren is mogelijk mits een grondige motivatie en toelating door het Faculteitsbestuur.
De cursus ‘Academisch Engels voor doctoraatsstudenten’ wordt sterk aanbevolen in het tweede jaar van de Doctoraatsopleiding.
Indien doctorandi tijdens hun vooropleiding vakken uit het Master of Advanced Business Studies programma gevolgd hebben en indien ze hiervoor een score van minstens 14/20 behaald hebben, dan kunnen ze vrijstelling bekomen voor deze vakken.
Beraadslaging: de student(e) slaagt voor de doctorale vakken indien op de vakken gemiddeld minstens 68% werd behaald voor alle vakken, en minimum 10 op elk van deze vakken. Jaarlijks is er slechts één beraadslaging, die plaatsvindt in juni. Er is één herkansing mogelijk teneinde de student toe te laten gemiddeld minstens 68% te behalen, ook voor doctorale vakken met reeds behaalde scores in de vork 10-13 op 20.
5. Literatuurproef
De literatuurproef (tellend voor 300 uren studietijd) wordt in principe afgelegd in de maand september van het eerste jaar, na overleg tussen de ZAP-leden van de richting en de student(e). De programmadirecteur deelt bij het begin van het academiejaar aan de verantwoordelijke van de betroffen richting mee wie het lectuurexamen af zal leggen. Het examen wordt collegiaal opgesteld en beoordeeld door de leden van de richting, bijeengeroepen door de verantwoordelijke van de richting. Opmerking: Doctoraatsstudenten die aan een project werken kunnen de doctorale modules en de literatuurproef over twee jaar spreiden.
6. Doctoraatswerkcollege
Elke richting kan, afzonderlijk of in samenwerking met een andere richting binnen de K.U.Leuven of met een gelijkaardige richting aan een andere universiteit, een doctoraatswerkcollege inrichten (tellend voor 60 uren studietijd per jaar). Deze werkcolleges staan open voor alle belangstellenden. Dit doctoraatswerkcollege moet elk jaar van het doctoraat actief bijgewoond worden. Indien de richting geen doctoraatswerkcollege heeft, dient deze per student(e) een ander doctoraatswerkcollege aan te duiden.
7. Doctoraatsvoorstel
Gedurende de eerste twee jaar van de doctoraatsopleiding werkt de student(e) een doctoraatsvoorstel uit dat door een door het Faculteitsbestuur samengestelde begeleidingscommissie wordt beoordeeld. Het doctoraatsvoorstel wordt gepresenteerd tijdens het doctoraatswerkcollege van de richting en dit wordt gehonoreerd met 50 uur studietijd.
Voor de student(e) wordt door het Faculteitsbestuur een promotor en desgevallend een co-promotor aangeduid. Eén van beide dient lid te zijn van het Zelfstandig Academisch Personeel van de Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen. In samenwerking met de co-promotor staat de promotor de promovendus/a tijdens de gehele duur van het onderzoek bij.
De begeleidingscommissie wordt samengesteld op advies van de programmadirecteur en de betrokken promotor. In het eerste stadium dient deze begeleidingscommissie ten minste uit drie leden te bestaan, met bij voorkeur één lid van een andere richting. Bij de voorlopige en de openbare verdediging van het doctoraat dient de begeleidingscommissie uit minimaal vijf en maximaal zeven leden te bestaan, waarvan ten minste één lid niet tot de associatie K.U.Leuven behoort. Houders van een postdoctoraal mandaat kunnen ook als promotor optreden, op voorwaarde dat een ander ZAP-lid als tweede promotor optreedt.
De door het Faculteitsbestuur goedgekeurde onderwerpen van doctoraal proefschrift worden aan de betrokkenen gedurende de tijd van studie en onderzoek voorbehouden. Het Faculteitsbestuur kan dit recht echter ontnemen aan de promovendus/a die sinds twee jaar geen werkzaamheden heeft geleverd.
8. Voortgang
Gedurende elk jaar van de doctoraatsopleiding wordt in de maand september een voortgangsrapport voorgelegd aan de programadirecteur, nadat het door de promotor is goedgekeurd.
- FORMULIER VOORTGANG (PDF)
9. Doctoraatsseminaries
Minimaal twee keer tijdens zijn/haar doctoraatsopleiding presenteert de student(e) tijdens het doctoraatswerkcollege van de richting zijn/haar eigen doctoraatsonderzoek. Elk van deze prestaties levert 50 uur studietijd op. Deze presentatie is publiek en wordt ten minste vier weken op voorhand aangekondigd. Het eerste doctoraatsseminarie kan bestaan uit een grondige presentatie van het onderzoeksvoorstel. Tijdens het tweede doctoraatsseminarie wordt de basis van het doctoraat gepresenteerd. Tijdens die gelegenheid wordt ook gerapporteerd over de voortgang van het doctoraal onderzoek. Het eerste doctoraatsseminarie moet binnen de twee jaar na de start van het doctoraat plaatsvinden. Richtdatum voor het tweede doctoraatsseminarie is de maand januari van het vierde jaar.
10. Onderzoeksrapporten
Tijdens de doctoraatsopleiding worden minstens twee onderzoeksrapporten, eventueel in co-auteurschap, voorgelegd en beoordeeld door de promotor en door het Faculteitsbestuur (2 x 50 uren). De rapporten worden voorgebracht in het doctoraatswerkcollege van de richting of in de doctoraatsseminaries.
11. Internationaal congres
Elke student(e) participeert minstens éénmaal gedurende de opleiding actief aan een internationaal congres. Een lezing of een postervoorstelling op een internationaal congres levert een studietijd op van 100 uur. Deelname aan een internationaal congres wordt gehonoreerd met een studietijd van 10 uur per dag. Een voorstelling op een nationaal congres, een seminarie aan een andere universiteit of een deelname aan een internationaal georganiseerd college of een workshop met voorbereiding (vb. EDEN programma) wordt beloond met een studietijd van 50 uur voor de voorbereiding en deelname en een studietijd van 50 uur voor de ex-post rapportering.
12. Internationale publicatie
De student(e) wordt aangemoedigd om in wetenschappelijke tijdschriften te publiceren. Gedurende de opleiding moet minstens één publicatie op internationaal niveau worden verzorgd. Als internationale publicaties worden beschouwd de Engelstalige artikelen gepubliceerd in een tijdschrift dat voorkomt op de VSNU-lijst of opgenomen is in de internationale elektronische databanken Econlit, ABI-Inform of Web of Science. Deze publicatie mag geschreven zijn samen met één of meerdere co-auteurs op voorwaarde dat de bijdrage van de student(e) door de promotor als voldoende substantieel wordt beschouwd. Elke publicatie in een tijdschrift met een impactfactor van minstens 0.5 of in een A- of B-tijdschrift van de VSNU-lijst levert een studietijd op van 200 uren. Elke publicatie in een lager gerangschikt internationaal tijdschrift levert een studietijd op van 150 uur. Een publicatie in een ander gerefereerd tijdschrift, een hoofdstuk in een gerefereerd boek en een onderzoeksrapport in de reeks van de eigen onderzoekseenheid leveren elk een studietijd op van 50 uur. Een volledig boek wordt gehonoreerd met 200 uur. Slechts zeer uitzonderlijk kan de publicatie op internationaal niveau vervangen worden door drie gereviewde nationale publicaties.
13. Getuigschrift van de doctoraatsopleiding
Na het succesvol doorlopen van alle voorgaande stappen en het behalen van exact 1715 uren studietijd en exact 60 studiepunten verkrijgt de student(e) het getuigschrift van de doctoraatsopleiding. Volgende samenvattende tabel geeft een overzicht:
| Activiteiten | STUDIETIJD | STUDIEPUNTEN |
|---|---|---|
| Basiselementen | ||
|
1 internationale gereviewde publicatie (d.w.z. VSNU lijst (A, B, C), gereviewde proceedings van internationale conferentie (full text), bijdrage in internationaal boek - forumtaal Engels) (1 x 150 u)
Of 3 gereviewde nationale publicaties (3 x 50 u) |
150u | 5 pt |
| 2 seminaries presenteren (2 x 50 u) | 100u | 5 pt |
|
1 actieve deelname (d.w.z. presentatie of discussant, niet sessie-voorzitter) aan internationaal congres (100 u)
Of 2 deelnames aan internationaal georganiseerde doctorale colleges of workshops met voorbereiding (vb. EDEN) met ex-post rapportering (2 x 50 u) |
100u | 5 pt |
| doctorale vakken | 675u | 21 pt |
| Vooruitgangsrapportering (minstens 3 jaarlijkse voortgangsrapporten) | 50u | 2 pt |
| Contacten met promotor | ||
| Pro memorie | ||
| Additionele elementen | ||
| Lectuurexamen | 300u | 10 pt |
| Bijwonen van de doctoraatswerkcolleges (4 jaar x 60) | 240u | 8 pt |
| Twee onderzoeksrapporten (2x50u) | 100u | 4 pt |
| Algemeen totaal (vereist: 1500-1800 u studiebelasting; 60 studiepunten) | 1715u | 60 pt |
Het Faculteitsbestuur kan uitzonderlijk en op individuele basis beslissen dat de kandidaat vrijgesteld wordt van het volgen van de doctoraatsopleiding. Deze vrijstelling kan slechts verleend worden wanneer de kandidaat binnen of buiten de universiteit een onderzoekservaring heeft opgedaan en/of onderzoeksprestaties kan voorleggen die vergelijkbaar zijn met wat van de studenten in de doctoraatsopleiding wordt verwacht.
14. Voorverdediging
De student(e) legt zijn/haar voorstel van doctoraatsverhandeling voor aan de begeleidingscommissie. Deze sessie is openbaar. De toelating tot voorlopige verdediging door het Faculteitsbestuur en de indiening van de tekst moeten ten minste vier weken op voorhand gebeuren. Richtdatum voor de voorlopige verdediging is de maand mei van het vierde jaar.
15. Openbare verdediging
Na positieve evaluatie van de voorverdediging door de begeleidingscommissie kan het Faculteitsbestuur de toelating tot openbare verdediging verlenen. De toelating en de indiening van de finale tekst moeten ten minste vier weken voor de openbare verdediging gebeuren. Richtdatum voor de openbare verdediging is de maand september van het vierde jaar.
Tijdens de openbare verdediging, die in principe voorgezeten wordt door de programmadirecteur, wordt het doctoraatswerk voorgesteld door de doctorandus/a. De leden van de begeleidingscommissie alsmede elke geïnteresseerde partij kunnen vragen stellen.
De begeleidingscommissie beslist tot het verlenen van het diploma van doctor in de toegepaste economische wetenschappen.
Voor de finale tekst en de vormgeving van het proefschrift volgt de promovendus/a de voorschriften voorzien door de Faculteit Economische en Toegepaste Economische Wetenschappen. Hij/zij raadpleegt hiertoe voorafgaandelijk de administratief coördinator doctoraatsopleidingen.
Na de verdediging van het doctoraal proefschrift wordt aan de doctorandus/a een toelage van 750 € gegeven tot dekking van de kosten van de doctoraatsopleiding.

